Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
de aankoopvan het nieuwe hout komt (en de eventuele kosten van het behandelen van het hout). Dat de kosten voor het
aanbrengenvan het hout onder de opdracht valt, is niet in geschil.
aanzienlijkeverhoging betekent van de kosten van het werk (met een aanneemsom van € 3.420.000,-). Daarmee heeft MVB haar beroep op paragraaf 47 lid 1 UAV 2012 onvoldoende onderbouwd en staat dus niet vast dat sprake is van een kostenverhogende omstandigheid als bedoeld in die paragraaf. Het beroep van MVB daarop moet dus worden verworpen.
aanzienlijkeverhoging betekent van de kosten van het werk (met een aanneemsom van € 3.420.000,-). Daarmee heeft MVB haar beroep op paragraaf 47 lid 1 UAV 2012 onvoldoende onderbouwd en staat dus niet vast dat sprake is van een kostenverhogende omstandigheid als bedoeld in die paragraaf. Het beroep van MVB daarop moet dus worden verworpen.
op het gebied van de uitvoeringvan bouwwerken heeft ingebracht. Verder moet de Nota van Inlichtingen ook in samenhang worden gelezen met paragraaf 5 lid 2 UAV 2012 en met de Inschrijvingsleidraad. In dat laatste document is opgenomen dat de verantwoordelijkheid voor adviezen en ontwerpen ligt bij degene op wiens specifieke terrein in het bouwteam die adviezen en ontwerpen betrekking hebben. Relevant is dus op wiens terrein of deskundigheid het betreffende onderdeel betrekking heeft. Gesteld noch gebleken is dat MVB deskundig is op het gebied van de (sterkte en berekening van de) staalconstructie of dat dit tot haar terrein moet worden gerekend. Dat betekent dat de gemeente ontwerpverantwoordelijk is gebleven voor de staalconstructie. De gemeente heeft niet bestreden dat de (berekening van de) oorspronkelijke constructie onvoldoende sterk was en dat de maatvoering van de stalen geveldragers om die reden moest worden aangepast. De noodzakelijke aanpassing van de maatvoering van de stalen geveldragers moet daarmee worden aangemerkt als een bestekwijziging waar de gemeente de verantwoordelijkheid voor draagt.
uiterlijkop 16 september 2021 moet plaatshebben. Daarmee is sprake van een voor voldoening bepaalde termijn als bedoeld in artikel 6:83, aanhef en onder a, BW. De rechtbank volgt MVB niet in haar argument dat de opleverdatum is gebaseerd op haar concept-planning en dat die planning slechts als een leidraad moet worden beschouwd. Uit de concept-planning van 6 april 2020 blijkt namelijk dat MVB (eventuele onwerkbare dagen buiten beschouwing gelaten) op dat moment uitging van oplevering in de week van 5 juli 2021. De in de aanneemovereenkomst vastgelegde uiterlijke opleverdatum van 16 september 2021 hield dus al rekening met extra tijd voor MVB. De omstandigheid dat partijen de kortingsregeling zijn overeengekomen, bevestigt bovendien het fatale karakter van de opleverdatum. Op grond van paragraaf 42 lid 5 UAV 2012 worden kortingen immers verbeurd enkel ten gevolge van het verschijnen van de bepaalde dag, zonder dat een ingebrekestelling nodig is om daarvan te doen blijken.
6.826,00(2,0 punten × tarief € 3.413,00)