ECLI:NL:RBAMS:2023:3604
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting ondanks tegenstrijdige verklaringen
Op 31 oktober 2018 vond een incident plaats in de woning van verdachte waarbij aangeefster aangaf door verdachte te zijn verkracht onder bedreiging met een mes. Aangeefster en verdachte kenden elkaar en hadden die avond samen drugs gebruikt. Aangeefster stuurde meerdere berichten om hulp en belde haar werkgever, waarna hulp werd geboden.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld waarbij zij het standpunt van het Openbaar Ministerie en de verdediging heeft afgewogen. Het OM baseerde zich op de consistente verklaring van aangeefster en ondersteunend bewijs zoals haar emotionele toestand en geluiden gehoord door een getuige. De verdediging betoogde dat de verklaringen van aangeefster tegenstrijdig waren, haar drugsgebruik de betrouwbaarheid aantastte en dat er onvoldoende steunbewijs was.
De rechtbank constateerde meerdere essentiële inconsistenties in de verklaringen van aangeefster, zoals het moment waarop zij het mes pakte en wie haar kleding uitdeed. Ook was er twijfel over de bewegingsvrijheid en het gebruik van haar telefoon tijdens het incident. Het vermeende steunbewijs kon zowel het scenario van aangeefster als dat van verdachte ondersteunen. Daarom kon het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde verkrachting. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 6 juni 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.