Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
REPUBLIEK KAZACHSTAN,
Rechtbank Amsterdam
Eisers vorderden onder meer dat Samruk-Kazyma JSC werd vereenzelvigd met de Republiek Kazachstan en dat zij zich konden verhalen op de vermogensbestanddelen van Samruk ter uitvoering van een arbitraal vonnis. De procedure speelde mede in het licht van immuniteit van executie en de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 767 Rv Pro.
Het gerechtshof Den Haag had in een arrest van 14 juni 2022 geoordeeld dat het conservatoir beslag op de aandelen van Samruk in KMGK immuniteit van executie genoot en het beslag moest worden opgeheven. Eisers gingen in cassatie tegen dit arrest. Ondertussen had Samruk haar aandelen overgedragen aan een derde.
De rechtbank oordeelde dat door het arrest van het hof de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van het conservatoir beslag wegviel. Hierdoor ontbrak de rechtsmacht en moesten eisers niet-ontvankelijk worden verklaard. De overdracht van aandelen door Samruk moest door eisers worden geëerbiedigd. De procedure werd niet aangehouden in afwachting van cassatie. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten en de veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken rechtsmacht na opheffing conservatoir beslag.