Uitspraak
[opgeëiste persoon] ,
BESLISSING:
houdt aanhet verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het bovengenoemde proces-verbaal te doen opmaken en aan het dossier toe te voegen.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon uit Polen, gedetineerd in Nederland. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat er sprake was van groot vluchtgevaar en verzette zich tegen schorsing. De rechtbank onderzocht of er nog een geldige titel voor overleveringsdetentie bestond, waarbij zij vaststelde dat de 90-dagentermijn voor beslissing over overlevering was aangevangen op 17 november 2022.
De overleveringsdetentie was op 18 november 2022 geschorst onder de voorwaarde dat de opgeëiste persoon zich op 21 november 2022 zou melden bij het politiebureau. De opgeëiste persoon heeft dit niet gedaan, maar verklaarde niet op de hoogte te zijn van deze voorwaarde. De rechtbank overwoog dat volgens artikel 66 OLW Pro de beslistermijn kan worden opgeschort indien de opgeëiste persoon zich aan de tenuitvoerlegging onttrekt.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om nader onderzoek te doen naar de wijze waarop de schorsingsvoorwaarde aan de opgeëiste persoon is medegedeeld, met name of dit mondeling en met tolk is gebeurd en of begrip daarvan is vastgesteld. Daarom werd de beslissing aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een proces-verbaal te laten opmaken over deze omstandigheden. Tevens werd overwogen dat ook voor een mogelijke schorsing van de detentie het bewust overtreden van de schorsingsvoorwaarde van belang is.
Uitkomst: Beslissing over schorsing overleveringsdetentie wordt aangehouden voor nader onderzoek naar opschorting beslistermijn.