Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[detentieplaats] en aldaar ook ingeschreven.
1.Onderzoek ter zitting
10 januari 2023.
mr. S.M. van der Veen en van wat verdachte en haar raadsman mr. S. Burmeister naar voren hebben gebracht.
2.Beschuldiging
“Als [voornaam] nog maar enige vorm van verplichte zorg doorzet dan ga ik haar wat aandoen!”en
“Als [voornaam] of jullie doorgaan met verplichte dwangbehandeling dan snijd ik haar helemaal open!”en
“Jij gaat eraan, [naam 1] ! Je weet wat er met mijn oma is gebeurd, dat delict wat in de kranten heb gestaan! Nou meissie, wat ik met [naam 1] ga doen, dat zal wat met mijn oma is gebeurd in het kwadraat zijn! Er blijft niets meer van over. Ik dreig helemaal niet smerige bitch, valse rat, ik beloof je wat!”.
3.Waardering van het bewijs
opensnijden” en “
ik beloof je wat” heeft genoemd en de indringende wijze waarop deze woorden werden geuit, in samenhang met het door verdachte dreigen met geweldshandelingen die overeenkomen met het eerder door verdachte gepleegde ernstige geweldsdelict tegen haar oma, is de rechtbank van oordeel dat deze uitlatingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geuit dat bij aangeefster in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd, (later) daadwerkelijk zou worden uitgevoerd. Hierbij weegt de rechtbank mee dat aangeefster, als de toenmalig behandelaar van verdachte, kennis had van de persoon en de genoemde delict geschiedenis van verdachte. Gelet op het voorgaande heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij bij aangeefster de redelijke vrees zou opwekken dat zij (later) het leven zou verliezen. Dat verdachte al dan niet het voornemen had om de bedreigingen te realiseren, is daarvoor niet vereist.
4.Bewezenverklaring
bijlageopgenomen bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat – bewezen dat verdachte in de periode van 20 september 2021 tot en met 21 september 2021 te Amsterdam [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangeefster] dreigend de woorden toe te voegen
“Als [voornaam] nog maar enige vorm van verplichte zorg doorzet dan ga ik haar wat aandoen!”en
“Als [voornaam] of jullie doorgaan met verplichte dwangbehandeling dan snijd ik haar helemaal open!”en door die [aangeefster] via een spraakbericht en e-mail de woorden toe te voegen
“Jij gaat eraan, [naam 1] ! Je weet wat er met mijn oma is gebeurd, dat delict wat in de kranten heb gestaan! Nou meissie, wat ik met [naam 1] ga doen, dat zal wat met mijn oma is gebeurd in het kwadraat zijn! Er blijft niets meer van over. Ik dreig helemaal niet smerige bitch, valse rat, ik beloof je wat!”.
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Maatregel van terbeschikkingstelling
tbs-maatregel niet mogelijk is, omdat de deskundigen niet hebben vastgesteld in welke mate de bij verdachte geconstateerde gecombineerde psychopathologie van invloed is geweest op de door haar gepleegde bedreigingen. Ook het risico op fysieke agressie kon niet worden ingeschat. Daarnaast is de oplegging van de tbs-maatregel disproportioneel in verhouding tot de beperkte ernst van de bedreigingen. Verder heeft de raadsman verzocht om geen ongemaximeerde tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen, omdat geen sprake is van een geweldsmisdrijf. Ondanks de afwezigheid van ziektebesef bij verdachte, heeft de raadsman aangevoerd dat de oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden passend is, gelet op de bereidheid van verdachte om zich te laten behandelen en zich aan voorwaarden te houden.
tbs-maatregel met voorwaarden is volgens de deskundigen niet mogelijk, omdat er bij verdachte geen sprake is van ziektebesef en -inzicht. Gelet op het voorgaande is door de deskundigen geadviseerd om een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.
GZ-psycholoog ’t Hoen, de voornoemde conclusies en adviezen bevestigd.
tbs-maatregel heeft opgelegd gekregen. Vanaf de zomer van 2019 en in aanloop naar het bewezenverklaarde feit was opnieuw sprake van een psychotisch toestandsbeeld met onder andere complot denken richting haar behandelaar. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat aangeefster, haar behandelaar, er duivelse praktijken op nahoudt en, omdat zij net zoals in 1998 geen aangifte tegen haar mocht doen, verdachte de belofte heeft gedaan om haar terug te pakken. Uit deze uitspraken maakt de rechtbank op dat verdachte daadwerkelijk van plan is om de daad bij het woord te voegen. De aanwezigheid van de paranoïde psychose, waardoor verdachte meent dat zij bedreigd en benadeeld wordt, zorgt ervoor dat verdachte impulsief en onberekenbaar kan reageren, met als gevolg escalatie naar fysieke agressie. De rechtbank acht dan ook een reëel risico aanwezig dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan een geweldsmisdrijf. Daarom vindt de rechtbank het niet verantwoord dat verdachte, zonder dat dit recidiverisico is weggenomen, terugkeert in de maatschappij. Het beveiligen van de maatschappij, het verkleinen van de herhalingskans en het realiseren van behandeling voor de ernstige problematiek van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank alleen mogelijk binnen het kader van een tbs-maatregel met dwangverpleging.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat zij
van overheidswege wordt verpleegd.