Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.De schadevergoedingsmaatregel
5.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
6.Beslissing
22 juni 2023.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging zware mishandeling van zijn levensgezel op 9 december 2022. Het ten laste gelegde betrof het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een mes of door het dichtsluiten van een deur waarbij de vingers van het slachtoffer bekneld raakten.
Tijdens de terechtzitting op 8 juni 2023 werd vastgesteld dat het letsel van het slachtoffer ernstig was, maar onduidelijk bleef hoe dit precies was ontstaan. Het slachtoffer verklaarde aanvankelijk niet te weten hoe zij gewond was geraakt en suggereerde dat haar hand tussen de deur zat. Later verklaarde zij dat verdachte met een mes rondliep en haar duwde, waarna haar hand tussen de deur kwam. Forensisch rapport gaf geen uitsluitsel over de oorzaak van het letsel.
De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat verdachte het letsel had veroorzaakt en dat verdachte consistent verklaarde niet te weten hoe het letsel was ontstaan. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte vrij.
Verder werd een vordering tot schadevergoeding afgewezen omdat een schadevergoedingsmaatregel alleen bij veroordeling kan worden opgelegd. Ook werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf afgewezen vanwege de vrijspraak.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en wees de overige vorderingen af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het letsel heeft toegebracht.