Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de betalingsverplichting van eiser
Rechtbank Amsterdam
Eiser, erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire, vordert dat de Belastingdienst/Toeslagen de lening die hij heeft afgesloten overneemt. De lening had een hoofdsom van €180.000,- en was notarieel vastgelegd. De Belastingdienst had geweigerd het afgeloste deel van de lening over te nemen, maar erkende een betalingsachterstand van €2.500,- over mei 2021.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst de betalingsachterstand van €2.500,- moet overnemen en betalen, omdat dit deel van de schuld opeisbaar was vóór 1 juni 2021 en aan de wettelijke voorwaarden voor overname is voldaan. Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel om ook het afgeloste deel van €75.000,- overgenomen te krijgen, wordt afgewezen.
De rechtbank motiveert dat de regeling voor schuldovername specifiek is bedoeld om gedupeerden te beschermen tegen incassomaatregelen vanwege betalingsachterstanden. Ouders die hun betalingsverplichtingen wel zijn nagekomen, zoals eiser, worden terecht anders behandeld. Er is geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de betalingsverplichting over mei 2021 niet overneemt. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 21 juni 2023.
Uitkomst: De Belastingdienst moet de betalingsachterstand van €2.500,- overnemen en betalen, maar niet het afgeloste deel van de lening.