ECLI:NL:RBAMS:2023:4192

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
13/084741-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 juni 2023 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Warschau, Polen. De opgeëiste persoon, een Poolse staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van een strafbaar feit onder de Opiumwet.

Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de verdachte aanwezig was bij het proces in Polen en dat de straf die nog rest ongeveer één jaar, vier maanden en twaalf dagen bedraagt. De rechtbank heeft getoetst of aan de voorwaarden van het Kaderbesluit en de Overleveringswet was voldaan, waaronder de dubbele strafbaarheid van het feit volgens Nederlands recht.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan alle wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden waren. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing is genomen in aanwezigheid van de verdachte, zijn raadsman, en een tolk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor het drugshandel gerelateerde strafbare feit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAMINTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: : 13/084741-23
Datum uitspraak: 20 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 27 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juni 2021 door
the Warsaw Regional Court, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 25 mei 2023
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. D. Bektesević, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in het proces-verbaal opgestelde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Zitting 20 juni 2023
De behandeling van de vordering is, in gewijzigde samenstelling, met toestemming van partijen voortgezet op de zitting van 20 juni 2023, in tegenwoordigheid van
mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M. Timorason die waarneemt voor mr. D. Bektesević, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
judgement of the District Court of Warsaw-Żoliborz (Warsaw), III Penal Division of 4 February 2015 in a case under ref. no. III K 564/14, a decision of the District Court of of Warsaw-Żoliborz (Warsaw) V Enforcement Division of 21 May 2019, court ref no.V Ko 962/19.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van 31 mei 2023 volgt dat de aanvankelijke voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf, omdat de opgeëiste persoon tijdens zijn proeftijd een nieuw strafbaar feit (‘het triggerende strafbare feit’) heeft gepleegd. De rechtbank moet daarom ook toetsen of bij het proces waarbij de opgeëiste persoon voor ‘het triggerende strafbare feit’ is veroordeeld, is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4 bis Pro Kaderbesluit 2002/584/JBZ. [3] In de voornoemde aanvullende informatie staat dat de opgeëiste persoon ook aanwezig is geweest op de zitting waar hij is veroordeeld voor ‘het triggerende strafbare feit’.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, vier maanden en twaalf dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [4]

4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Warsaw Regional Court, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 juni 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 in de zaak LU (C514/21) en PH (C515/21), (ECLI:EU:C:2023:235).
4.Zie onderdeel e) van het EAB.