Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 maart 2022;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;
- de akte uitlaten productie van Dexia.
2.De verdere beoordeling
.
3.De beslissing
a. kosten dagvaarding € 119,21,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser de vernietiging van meerdere effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia Nederland B.V. Dexia stelde zich op het standpunt dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard, hetgeen eiser betwistte. De rechtbank heeft het verjaringsverweer getoetst aan de hand van de feitelijke bekendheid van de echtgenote van eiser met de overeenkomsten.
Eiser en zijn echtgenote hebben schriftelijke verklaringen overgelegd over hun financiële situatie en de wijze waarop zij met de overeenkomsten en post omgingen. Uit deze verklaringen blijkt dat de echtgenote niet vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten. Dexia heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om dit te betwisten, waardoor het verjaringsverweer faalt.
De rechtbank verklaart drie overeenkomsten vernietigd en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van de betaalde bedragen minus ontvangen dividenden en andere opbrengsten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 februari 2006. De vordering tot verwijdering van een BKR-registratie wordt afgewezen omdat geen registratie bestond. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd. De overige vorderingen van Dexia worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt drie effectenleaseovereenkomsten en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.