Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 maart 2022;
- de akte na tussenvonnis van [eiseres] ;
- de akte uitlaten productie van Dexia.
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
a. kosten dagvaarding € 119,21,
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin eiseres de vernietiging van vier effectenleaseovereenkomsten vorderde op grond van artikel 1:88/89 BW. Dexia voerde verjaring aan, stellende dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard. Eiseres betwistte dit en leverde verklaringen aan over de financiële situatie in het huishouden en de kennisneming van de overeenkomsten.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het verjaringsverweer bij Dexia ligt en dat eiseres voldoende gegevens had verstrekt om het verweer tegen verjaring te onderbouwen. De verklaringen van eiseres en haar echtgenoot gaven inzicht in het beheer van de gezinsfinanciën en de informatievoorziening omtrent de overeenkomsten, wat leidde tot de conclusie dat Dexia onvoldoende concreet had gesteld dat kennisneming van de overeenkomsten eerder dan 13 maart 2000 had plaatsgevonden.
Hierdoor werd het beroep op verjaring verworpen en werden de overeenkomsten met nummers [nummer 1] en [nummer 2] vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen minus ontvangen uitkeringen, met wettelijke rente vanaf 27 maart 2003. De overige vorderingen van Dexia werden afgewezen. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt twee effectenleaseovereenkomsten en veroordeelt Dexia tot betaling aan eiseres met wettelijke rente en proceskosten.