ECLI:NL:RBAMS:2023:4416

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
13/106567-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 11 OverleveringswetArt. 22 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 juni 2023 de vordering van de officier van justitie tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het EAB betrof een verdachte geboren in Polen, zonder vaste verblijfplaats in Nederland, die wordt verdacht van strafbare feiten op het gebied van illegale handel in verdovende middelen.

De verdediging voerde aan dat er geen officieel stuk was waaruit bleek dat de verdachte was gedagvaard voor de feiten zoals omschreven in het EAB, en dat de overlevering daarom geweigerd moest worden. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de Overleveringswet niet vereist dat de betrokkene reeds is gedagvaard.

Hoewel de rechtbank erkende dat er structurele en fundamentele gebreken zijn in de Poolse rechtsorde die het recht op een eerlijk proces kunnen bedreigen, concludeerde zij dat de verdachte geen concrete aanwijzingen had geleverd dat deze gebreken een individueel reëel gevaar vormden voor zijn zaak.

De rechtbank stelde vast dat het EAB aan de wettelijke eisen voldeed en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren. Daarom werd de overlevering toegestaan voor de feiten die vallen onder illegale handel in verdovende middelen, waarvoor in Polen een gevangenisstraf van minimaal drie jaar geldt.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters op 21 juni 2023 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/106567-23
Datum uitspraak: 21 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 25 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 februari 2023 door
the Circuit Court in Sieradz – Criminal Division No. II(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 juni 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L. van der Steen, advocaat in Uden, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt
the decision on provisional detention of the District Court in Sieradz, Criminal Division No. II dated 19th August 2022(referentienummer: II Kp 387.22).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Polen recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
De raadsvrouw heeft betoogd dat niet is gebleken van een officieel stuk waaruit blijkt dat de opgeëiste persoon is gedagvaard voor de feiten zoals omschreven in het EAB. De overlevering dient daarom te worden geweigerd.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet slaagt. Er is blijkens het EAB een aanhoudingsbevel jegens de opgeëiste persoon uitgevaardigd. Hieruit volgt dat de Poolse autoriteiten de opgeëiste persoon willen vervolgen voor de feiten in het EAB waarvan hij wordt verdacht. De OLW stelt niet de eis dat in geval van een vervolgings-EAB blijkt dat de betrokkene reeds is gedagvaard. Het verweer wordt verworpen.

4.Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychtrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5. Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [4]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 van Overleveringswet.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Sieradz – Criminal Division No. II(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.J.R.M. Vermolen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 juni 2023.
De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4.
5.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (