ECLI:NL:RBAMS:2023:4799
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H.E. van der Pol
- C.P.E. Meewisse
- M. van Haeften
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld in beschermde woonomgeving
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van diefstal met geweld van een mes, geld en een huissleutel in een woning voor beschermd wonen op 13 september 2020.
De officier van justitie baseerde zijn vordering op drie bewijsmiddelen: de aangifte van het slachtoffer, een fotoherkenning door het slachtoffer en een DNA-match tussen verdachte en een sigarettenpeuk gevonden in de woning. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de fotoherkenning en gaf een alternatieve verklaring voor het DNA op de sigarettenpeuk.
De rechtbank oordeelde dat de enkelvoudige fotoherkenning onbetrouwbaar was omdat het slachtoffer verdachte niet kende, de herkenning ruim negen maanden na het delict plaatsvond en er geen specifieke kenmerken werden genoemd. De DNA-match kon niet met zekerheid worden toegeschreven aan het moment van de diefstal, mede omdat verdachte verklaarde regelmatig sigaretten weg te geven aan vrienden die mogelijk de peuk hadden gerookt. Hierdoor was het bewijs onvoldoende om verdachte te verbinden aan het delict.
Op basis van het voorgaande sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde diefstal met geweld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal met geweld.