ECLI:NL:RBAMS:2023:4924

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
23-003849
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a lid 4 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beklag tegen beëindigd strafvorderlijk beslag op bankrekening

Op 24 september 2019 werd op grond van artikel 94 Sv Pro beslag gelegd op het saldo van een ING-bankrekening ten name van klager in een strafvorderlijk onderzoek tegen de bestuurders van klager. Klager diende op 9 februari 2023 een beklag in op grond van artikel 552a Sv tegen dit beslag, stellende dat zij geen verdachte is en dat het beslag daarom opgeheven moet worden.

De rechtbank behandelde het klaagschrift op 18 juli 2023, waarbij zowel de advocaat van klager als de officier van justitie werden gehoord. Het Openbaar Ministerie stelde dat het klassieke beslag op 28 maart 2023 was omgezet in conservatoir beslag op grond van artikel 94a lid 4 Sv, waardoor het klassieke strafvorderlijke beslag was geëindigd.

De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beklag te behandelen maar dat het beklag tegen het klassieke beslag niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat dat beslag reeds was beëindigd. Er rustte nu conservatoir beslag onder een derde, niet gericht tegen klager als verdachte. Klager werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag.

Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag tegen het beslag op grond van artikel 94 Sv omdat het klassieke beslag reeds is beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-123817-21
raadkamernummer : 23-003849
datum : 1 augustus 2023
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van mr. A.A. Kan, advocaat te Amsterdam ( [adres] ),
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro, blijkt dat op 24 september 2019 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen de enig aandeelhouder en de bestuurders van klager beslag is gelegd op het saldo van een ING rekening ten name van de klager ten bedrage van € 19.270,38.

Procedure

Het klaagschrift is op 9 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Op 14 juli 2023 is een aanvulling op het klaagschrift ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 18 juli 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van klager, mr. A.A. Kan, en de officier van justitie op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot opheffing van het strafvorderlijk beslag ex artikel 94 Sv Pro op het saldo van de ING bankrekening ten name van klager met [rekeningnummer] .
Namens klager is aangevoerd dat volgens het Openbaar Ministerie klager geen verdachte is (geweest) en dat er ook geen opsporingsonderzoek naar haar activiteiten wordt verricht. Die omstandigheid heeft volgens klager tot gevolg dat er niet langer sprake kan zijn van een strafvorderlijk belang van waarheidsvinding dat zich tegen opheffing van het beslag verzet, althans dat de persoonlijke belangen van klager dienen te prevaleren.
Voorts stelt de raadsman zich op het standpunt dat het saldo op de bankrekening van [klager] niet vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat klager niet als verdachte is aangemerkt.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verzocht om klager niet-ontvankelijk te verklaren. Inmiddels is op 28 maart 2023 door het Openbaar Ministerie met machtiging van de rechter-commissaris op grond van artikel 94a, lid 4, Sv anderbeslag bij [klager] gelegd. De vordering en machtiging zijn gebaseerd op omzetting van klassiek naar conservatoir beslag (handhaven). Er rust dus geen klassiek beslag meer op de betreffende bankrekening van klager.

Beoordeling

De rechtbank is mede gelet op artikel 552a lid 3 Sv bevoegd.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd, omdat op 28 maart 2023 het klassiek beslag op grond van genoemd artikel is omgezet in conservatoir beslag op grond van artikel 94a lid 4 Sv. Er is thans sprake van beslag onder een derde, niet zijnde degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek is gericht. De rechtbank zal klager daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag tegen het beslag op grond van artikel 94 Sv Pro.

Beslissing

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,
mr. K. Duker en mr. E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.