ECLI:NL:RBAMS:2023:4925

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
23-010575
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 529 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding kosten raadsman wegens ontbreken strafzaak tegen rechtspersoon

In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de natuurlijke personen, te weten de enig aandeelhouder en de bestuurders van verzoeker, vervolgd wegens onder meer witwassen. Verzoeker, een rechtspersoon, is echter nooit als verdachte aangemerkt en er is geen proces-verbaal van verdenking tegen hem opgemaakt. Het Openbaar Ministerie heeft besloten verzoeker niet te vervolgen, mede op grond van het opportuniteitsbeginsel.

Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten voor bijstand van een raadsman ter hoogte van € 15.077,87. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld en geoordeeld dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat hij nooit verdachte is geweest en er geen sprake is van een beslissing tot sepot.

Daarnaast is een deel van de kosten toe te rekenen aan klaagschriftprocedures waarbij verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt. Echter, ook voor deze kosten is het verzoek niet ontvankelijk omdat de beslissing in de beklagzaak nog niet onherroepelijk is geworden. De rechtbank verklaart het verzoek derhalve geheel niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vergoeding van raadsman kosten omdat geen strafzaak tegen hem is ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-123817-21
raadkamernummer : 23-010575
datum : 1 augustus 2023
beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van mr. A.A. Kan, advocaat te Amsterdam, ( [adres] ),
hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] als verdachten aangemerkt.

Procedure

Het verzoekschrift is op 25 april 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 18 juli 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van verzoeker, mr. A.A. Kan, en de officier van justitie op zitting gehoord.

Verzoek

Na een aanvulling op het verzoekschrift van 14 juli 2023 strekt het verzoek tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 15.077,87 wegens de kosten voor bijstand van een raadsman.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek. Er is nooit een strafzaak tegen verzoeker aanhangig geweest. Het onderzoek 13Rawlings richt zich tegen de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] De toenmalig zaaksofficier heeft telkens uitgesproken niet voornemens te zijn om [verzoeker] te vervolgen. Er is ook geen proces-verbaal van verdenking tegen [verzoeker] opgemaakt. Het onderzoek dat verricht is naar de bankrekening van [verzoeker] vond plaats in het onderzoek naar de aandeelhouder en de bestuurders. Besloten is om hen te vervolgen. Het opportuniteitsbeginsel geeft het Openbaar Ministerie de ruimte daarin keuzes te maken. Er was nooit een meerwaarde om [verzoeker] apart te vervolgen.

Beoordeling

Op grond van artikel 530 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend voor onder meer de kosten van een raadsman.
In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de natuurlijke personen: de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] vervolgd wegens de verdenking van onder meer witwassen. Uit het strafdossier blijkt dat er voor is gekozen om de vennootschap [verzoeker] niet te vervolgen. Nu verzoeker geen verdachte is geweest en er ook geen sprake is van een beslissing tot sepot, zal verzoeker in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
Uit de door de raadsman overgelegde urenspecificatie blijkt dat een deel van de tijd besteed is aan een tweetal klaagschrift procedures. Op grond van artikel 530 lid 4 Sv Pro jo. artikel 529 lid 5 Sv Pro kunnen deze kosten in beginsel wel voor vergoeding in aanmerking komen, omdat [verzoeker] als belanghebbende in de zin van artikel 552a Sv kan worden aangemerkt. Een dergelijk verzoek is echter pas ontvankelijk indien de beslissing in de beklagzaak onherroepelijk is geworden. Daarvan is nog geen sprake. Verzoeker is ook in dit deel van het verzoek niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,
mr. K. Duker en mr. E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.