ECLI:NL:RBAMS:2023:4926
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- J.W.H.G. Loyson
- K. Duker
- E. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen weigering horen verbalisanten over herkenning verdachte ongegrond verklaard
De raadsman van de bezwaarde verzocht op 9 juni 2023 de rechter-commissaris om de verbalisanten te horen als getuigen over hun herkenning van de verdachte op camerabeelden. Dit verzoek werd op 16 juni 2023 afgewezen. De verdediging stelde dat de herkenningen belastend zijn en dat er onduidelijkheid bestaat over de data, waardoor de herkenningen mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Volgens de verdediging dienden de verbalisanten gehoord te worden op grond van artikel 6 EVRM Pro en jurisprudentie.
Het Openbaar Ministerie betoogde dat de verbalisanten al in aanvullende processen-verbaal het verschil in data hadden toegelicht en dat de herkenning getoetst kan worden aan de hand van het dossier en de eigen waarneming van de rechter tijdens de zitting. De rechtbank overwoog dat de rechter-commissaris onderzoekshandelingen mag weigeren indien deze niet bijdragen aan een beslissing in de zaak. De reeds ingediende aanvullende processen-verbaal beantwoorden de vragen van de rechter-commissaris.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende belang is gebleken bij het horen van de verbalisanten en dat de strafrechter tijdens de inhoudelijke behandeling de herkenning kan beoordelen aan de hand van de camerabeelden. Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering om verbalisanten te horen over de herkenning van verdachte wordt ongegrond verklaard.