Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 augustus 2023 in de zaak tussen
DPG Media B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres (DPG)
Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Onderzoeksrapport inzake het opvragen van een kopie ID bij verzoeken om inzage of verwijdering bij DPG Media Magazines B.V., voorheen Sanoma Media Netherlands B.V.’ van 29 september 2021 aan DPG gezonden. In dat rapport heeft verweerder geconcludeerd dat DPG met haar beleid en het actief uitdragen ervan het recht op inzage en wissing belemmerde en daarmee onnodige drempels opwierp voor het inzetten van deze rechten. Om die reden is volgens verweerder sprake van strijd met artikel 12, tweede lid, van de AVG in de periode van mei 2018 tot en met 18 juni 2021.
lex certa-beginsel. Ten slotte voert DPG aan dat het opleggen en de hoogte van de bestuurlijke boete strijdig is met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank concludeert dan ook dat het beleid van DPG niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de AVG.
lex certa-beginsel. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling verlangt het
lex certa-beginsel, dat onder meer besloten ligt in artikel 7 van Pro het EVRM, van de wetgever dat hij met het oog op de rechtszekerheid op een zo duidelijk mogelijke wijze de verboden gedragingen omschrijft. [3] Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat de wetgever soms met een zekere vaagheid, bestaande uit het gebruik van algemene termen, verboden gedragingen omschrijft om te voorkomen dat gedragingen die strafwaardig zijn buiten het bereik van die omschrijving vallen. Die vaagheid kan onvermijdelijk zijn, omdat niet altijd te voorzien is op welke wijze de te beschermen belangen in de toekomst zullen worden geschonden en omdat, indien dit wel is te voorzien, de omschrijvingen van verboden gedragingen anders te verfijnd worden met als gevolg dat de overzichtelijkheid wegvalt en daarmee het belang van de algemene duidelijkheid van wetgeving schade lijdt.
lex certa-beginsel. Voor DPG had duidelijk moeten zijn dat het beleid in deze rigide vorm niet kon voldoen aan de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit en dataminimalisatie.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij een boete is opgelegd en herroept het primaire besluit voor zover daarbij een boete is opgelegd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan DPG te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
.