ECLI:NL:RBAMS:2023:5098

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
13/014566-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 12 OLW
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Roemeense veroordeelde ondanks bezwaren detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 juni 2023 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Roemenië op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 8 juni 2021. De opgeëiste persoon werd verdacht van strafbare feiten en zat gedetineerd in Nederland. Tijdens de procedure werden zorgen geuit over de detentieomstandigheden in Roemeense gevangenissen, met name de Bucharest-Rahova Prison, waar sprake zou zijn van structurele problemen zoals geweld door bewaarders, gebrek aan medische zorg en overbevolking.

De rechtbank nam een tussenuitspraak op 23 maart 2023 waarin de identiteit en de inhoud van het EAB werden vastgesteld en de weigeringsgronden werden besproken. De detentieomstandigheden werden nader onderzocht, waarbij de Roemeense autoriteiten garanties gaven dat de opgeëiste persoon na overlevering minimaal 3 vierkante meter persoonlijke ruimte zou krijgen, exclusief sanitaire voorzieningen. De rechtbank concludeerde dat deze garantie het reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling door overbevolking wegneemt.

Hoewel de raadsman ernstige zorgen uitte over mishandeling en slechte medische zorg, kon de rechtbank op basis van objectieve, betrouwbare en actuele gegevens geen reëel gevaar voor onmenselijke behandeling vaststellen. Het beroep op een rapport van de Roemeense ombudsman en eerdere ervaringen van de opgeëiste persoon waren onvoldoende om de overlevering te weigeren. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan, conform de bepalingen van de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Roemenië toe ondanks zorgen over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/014566-23
RK nummer: 23/165
Datum uitspraak: 6 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 18 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
8 juni 2021 door
Tribunalul Bucureşti – Sectia I Penala(Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1976,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Bij tussenuitspraak van 23 maart 2023 [3] heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend onder gelijktijdige schorsing voor het stellen van vragen met betrekking tot de detentieomstandigheden in
Giurgiu Prison. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank de beslistermijn met 60 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 60 dagen. [4]
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 23 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal.

2.Tussenuitspraak van 23 maart 2023

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon en de grondslag en inhoud van het EAB vastgesteld. Tevens heeft de rechtbank geoordeeld over de weigeringsgronden als bedoeld in de artikelen 7 en 12 OLW. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

3.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden

3.1
De rechtbank verwijst naar wat zij in haar tussenuitspraak heeft opgenomen onder 6.1 tot en met 6.7, hetgeen hier - voor zover relevant - als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
3.2
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 8 mei 2023 gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Roemenië niet in
Giurgiu Prisonzal worden geplaatst, maar dat hij in plaats daarvan eerst in
Bucharest-Rahova Prisonzal worden geplaatst.
Tevens heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot het aantal vierkante meters dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal staan nogmaals aangegeven dat:
The National Prison Administration can now guarantee the provision of a minimum personal space of 3 square meters for the entire period of detention, including the bed and related furniture, and excluding the space for the sanitary facilities.
3.3
De raadsman heeft betoogd dat overlevering tot een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) zal leiden, nu ook in
Bucharest-Rahova Prisonde detentieomstandigheden zwaar onder de maat zijn. Dit blijkt onder meer uit het feit dat in 2018 acht medewerkers van
Bucharest-Rahova Prisonzijn aangehouden en vervolgd wegens agressie jegens gedetineerden en dat een arts letselverklaringen heeft vervalst na geweld door bewaarders jegens gedetineerden. In 2019 zijn er meerdere gedetineerden gefolterd en in 2022 en 2023 is een gedetineerde overleden omdat hem (langdurig) medische behandeling is onthouden. Een medische behandeling in het buitenland bood geen soelaas meer. Over
Bucharest-Rahova Prisonwordt in Engelstalige rapportages, waarvan andere EU-landen kennis kunnen nemen, niets gezegd. Om die reden deelt de uitvaardigende justitiële autoriteit mee dat opgeëiste personen in die inrichting zullen worden geplaatst.
Dat wil echter niet zeggen dat de detentieomstandigheden in
Bucharest-Rahova Prisonin orde zijn. De Roemeense ombudsman heeft in een rapport uit 2023 namelijk wel het een en ander gezegd over deze inrichting. Er is een gebrek aan medisch personeel en bij meldingen van geweld door bewaarders jegens gedetineerden worden geen letselverklaringen opgemaakt. Geconcludeerd kan worden dat detentieomstandigheden in alle Roemeense penitentiaire inrichtingen structureel slecht zijn. Gelet hierop is de verstrekte garantie ontoereikend. Daarbij is verder van belang dat de opgeëiste persoon eerder gedetineerd is geweest in
Bucharest-Rahova Prison. Toen heeft hij ondervonden dat bewaarders geld verlangen, of bijvoorbeeld sigaretten, alvorens gedetineerden toegang tot medische zorg kunnen krijgen. Ook is de opgeëiste persoon toen met een mes gestoken. In zijn medisch dossier is hierover opgenomen dat een vetbultje is verwijderd. Gelet op het vorenstaande verzoekt de raadsman om het onderzoek aan te houden om specifieke garanties te vragen over (onder meer) de opleiding van het personeel in
Bucharest-Rahova Prisonop het gebied van mensenrechten en hoeveel bewaarders er werken in relatie tot het aantal gedetineerden.
3.4
De officier van justitie heeft, kort weergegeven, geconcludeerd dat de detentieomstandigheden in
Bucharest-Rahova Prisonniet aan overlevering in de weg staan.
3.5
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen. [5] Zoals de rechtbank in haar tussenuitspraak onder 6.7 heeft geoordeeld, gaat zij uit van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit (bij herhaling) gegeven garantie dat de opgeëiste persoon over 3 m²
personal space(exclusief sanitair) zal beschikken. Hiermee is het vastgestelde reële gevaar dat de opgeëiste persoon vanwege overbevolking over te weinig
personal spacezal beschikken, weggenomen.
3.6
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens voorhanden die tot de conclusie leiden dat er in
Bucharest-Rahova Prisonsprake is van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro omdat gedetineerden daar worden mishandeld en/of gemarteld en hiertegen niet worden beschermd.
Het beroep op het (niet-vertaalde) rapport van de Roemeense ombudsman uit 2023 betreffende de medische zorg in
Bucharest-Rahova Prisonis onvoldoende om een algemeen gevaar aan te nemen ten aanzien van (de medische verzorging in) deze penitentiaire inrichting. Een rapport van een nationale ombudsman kan in zijn algemeenheid objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens bevatten op basis waarvan een algemeen gevaar zou kunnen worden aangenomen voor
Bucharest-Rahova Prison. Uit deze rapportage van de Roemeense ombudsman kan echter niet worden afgeleid dat gedetineerden in
Bucharest-Rahova Prisonworden mishandeld en gemarteld. Zonder afbreuk te willen doen aan hetgeen de opgeëiste persoon over zijn eerdere ervaringen in deze penitentiaire inrichting heeft verklaard, kan de rechtbank op basis van wat de raadsman en de opgeëiste persoon hebben aangevoerd niet vaststellen dat op basis van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens sprake is van een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro vanwege martelingen in deze penitentiaire inrichting, alsmede dat hiertegen geen bescherming wordt geboden.
3.7
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden en staan de detentieomstandigheden niet aan overlevering in de weg.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het
EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
5. Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 68 en 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen, 47 en 177 Wetboek van
Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Tribunalul Bucureşti – Sectia I Penala(Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 juni 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoonrechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Zie artikel 22, zesde lid, OLW en artikel 27, derde lid, OLW.
5.Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.