De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 mei 2023 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk op grond van een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de Lancashire Magistrates Court. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door een raadsman en een tolk tijdens de zitting.
De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en concludeerde dat er geen weigeringsgronden voor overlevering aanwezig waren. De strafbare feiten waarvoor overlevering werd verzocht, betroffen opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Opiumwet, waarvoor dubbele strafbaarheid vereist is. De rechtbank oordeelde dat aan deze dubbele strafbaarheidseis was voldaan.
Hoewel er zorgen waren over de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting HMP Bedford, gaf de HM Prison & Probation Service aan dat het waarschijnlijk is dat de opgeëiste persoon in een andere inrichting (HMP Preston) zal worden geplaatst, dichter bij de locatie van de rechtszaak. Dit maakte dat het reële gevaar van onmenselijke behandeling niet aan de overlevering in de weg stond.
De rechtbank concludeerde dat het aanhoudingsbevel voldeed aan de wettelijke vereisten en dat er geen beletselen waren om de overlevering te weigeren. Op grond daarvan werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.