Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een tweede bewonersparkeervergunning door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De aanvraag was aanvankelijk afgewezen omdat eiser beschikte over een stallingsplaats, waardoor volgens de verordening geen tweede vergunning kon worden verleend.
De rechtbank oordeelt dat het pad naast de woning van eiser wel als stallingsplaats moet worden aangemerkt, maar dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met bijzondere omstandigheden. Het pad is smal, steil en leidt tot onveilige situaties bij gebruik als parkeerplaats, zoals blijkt uit een deskundigenrapport. Daarnaast is aan de vorige bewoner wel een tweede vergunning verleend, ondanks een vergelijkbare situatie.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het hebben van een stallingsplaats geen reden meer mag zijn voor afwijzing. Tevens moet verweerder de kosten van het deskundigenrapport en het griffierecht aan eiser vergoeden.