ECLI:NL:RBAMS:2023:5417

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
13/123372-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel Duitsland met voorrang boven Brits bevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 augustus 2023 het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Aschaffenburg op 15 mei 2023. De opgeëiste persoon, met de Britse nationaliteit, was via telehoor aanwezig en werd bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen.

Het EAB betreft een strafbaar feit dat valt onder georganiseerde of gewapende diefstal, waarvoor in Duitsland een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar geldt. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten. Naast dit Duitse EAB was er ook een Brits aanhoudingsbevel (AB) voor dezelfde persoon, dat zowel betrekking had op strafuitvoering als strafvervolging.

Na afweging van omstandigheden, waaronder de eerdere uitvaardiging van het Duitse EAB en het louter strafvervolgingsdoel daarvan, gaf de rechtbank voorrang aan het Duitse EAB boven het Britse AB. Er waren geen weigeringsgronden tegen de overlevering en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. De rechtbank besloot de overlevering aan Duitsland toe te staan en bepaalde dat het Duitse EAB voorrang heeft op het Britse AB.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier, en is onherroepelijk volgens de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe en geeft dit Europese aanhoudingsbevel voorrang boven het Britse aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/123372-23
Datum uitspraak: 22 augustus 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 8 juni 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2023 door het
Amtsgericht Aschaffenburg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit andere hoofde gedetineerd in de [gevangenis] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is, via een telehoorverbinding, aanwezig en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.H.L. Antonides, advocaat in Roermond en door een tolk in de Engelse taal. De raadsman heeft geen verweren gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Britse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Aschaffenburgvan 15 mei 2023 (306 Gs 899/23).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Samenloop met een Brits aanhoudingsbevel (AB)

Naast dit EAB is voor de opgeëiste persoon nog een AB door een Britse uitvaardigende justitiële autoriteit uitgevaardigd (parketnummer 13/160922-23). Dat Britse AB ziet op zowel de executie van een eerder opgelegde straf als op een strafvervolging.
De raadsman en de officier van justitie hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat de overlevering op basis van het EAB uit Duitsland voorrang dient te krijgen.
De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak [4] een kaderbesluitconforme uitleg gegeven aan artikel 28, vierde lid, OLW, die inhoudt dat zij, in geval van samenloop van Europese aanhoudingsbevelen uit verschillende lidstaten, op grond van een eigen afweging zal komen tot een oordeel over de vraag aan welk EAB voorrang dient te worden verleend. Artikel 26, derde lid, OLW geeft een aantal omstandigheden aan die bij de totstandkoming van het oordeel een rol kunnen spelen. Tevens biedt artikel 614, eerste lid, van de
Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijdsaan de uitvoerende autoriteit de mogelijkheid om, in geval van samenloop van een door het Verenigd Koninkrijk uitgevaardigd AB met een EAB, bij het nemen van de beslissing over welk van die aanhoudingsbevelen ten uitvoer zal worden gelegd, rekening met alle omstandigheden te houden, onder meer met de relatieve ernst van de strafbare feiten en de plaats waar zij zijn gepleegd, de respectieve data van de aanhoudingsbevelen of Europese aanhoudingsbevelen, alsmede de vraag of die zijn uitgevaardigd ter fine van een strafvervolging of voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hier na te noemen omstandigheden, voorrang dient te worden gegeven aan overlevering op basis van het Duitse EAB zoals hiervoor genoemd. Het Duitse EAB is namelijk eerder uitgevaardigd en de overlevering naar Duitsland is louter ten behoeve van een strafvervolging, terwijl het Britse AB ook ziet op een executie van een eerder opgelegde straf.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 7 en 28 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Aschaffenburg(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEPAALTdat
VOORRANGdient te worden gegeven aan het onderhavige EAB met parketnummer 13/123372-23 dat is uitgevaardigd door Duitsland, boven het AB met parketnummer 13/160922-23 dat is uitgevaardigd door het Verenigd Koninkrijk.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 augustus 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rechtbank Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5314.