Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2. Termination and compensation
€ 5.290,00 (2 punten x tarief VI € 2.645,00)
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het geschil tussen een statutair directeur en zijn werkgever, een trustkantoor, over het ontslag van de directeur per 20 januari 2023. De werkgever stelde meerdere redenen voor het ontslag, waaronder een verstoorde arbeidsrelatie en verwijtbaar gedrag van de directeur. De directeur betwistte deze gronden en stelde dat hij nooit op zijn gedrag was aangesproken en geen kans tot verbetering had gekregen.
De rechtbank oordeelde dat geen van de door de werkgever aangevoerde ontslaggronden voldoende was onderbouwd. Er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen noch van een duurzame verstoring van de arbeidsrelatie. Ook ontbrak een verbetertraject of mediation. Het ontslag was daarmee onrechtmatig en de directeur had recht op een billijke vergoeding.
De rechtbank bepaalde de billijke vergoeding op €300.000 bruto, gelijk aan ongeveer één jaarinkomen, rekening houdend met de vermoedelijke resterende duur van het dienstverband. De contractuele ontslagvergoeding werd afgewezen vanwege niet nagekomen voorwaarden. Wel werd de transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding toegekend. De vordering tot vergoeding van openstaande vakantiedagen werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het concurrentie- en relatiebeding werden vernietigd omdat het ontslag het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen en werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ontslag statutair directeur onredelijk, toekenning billijke vergoeding van €300.000 bruto, vernietiging concurrentiebeding en toekenning transitievergoeding.