Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het ten laste gelegde
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2021245956-2 van 29 november 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] , [opsporingsambtenaar 2] , [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pag. Z1 1-3.
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2021245956-5 van 29 november 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 5] en [opsporingsambtenaar 6] , doorgenummerde pag. Z1 8-9.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2021245942-2 van 29 november 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7] , doorgenummerde pag. Z1 14-16.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2021245956-9 van 16 december 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8] , doorgenummerde pag. Z1 20-22.
Een geschrift, zijnde een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van 3 december 2021 met nummer 2021-12-01.097, opgemaakt door een forensisch DNA-deskundige namens The Maastricht Forensic Institute, doorgenummerde pag. Z1 25-26.
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2021246613 van 3 maart 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 9] , doorgenummerde pag. Z2 20-24.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2021246613-2 van 30 november 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 10] , doorgenummerde pag. Z2 4-6.
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2021246613-3 van 30 november 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 11] en [opsporingsambtenaar 7] , doorgenummerde pag. Z2 1-2.
Een geschrift, zijnde een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van 3 december 2021 met nummer 2021-12-01.098, opgemaakt door een forensisch DNA-deskundige namens The Maastricht Forensic Institute, doorgenummerde pag. Z2 12-14.
Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 16008803 van 15 februari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 12] , doorgenummerde pag. Z2 98-99.
Een geschrift, zijnde een niet ondertekend proces-verbaal van onderzoek ombouw gas/alarmvuurwapen met patroonmagazijn en munitie, met bijlagen, met nummer PL1100-2021258513-30 van onbekende datum, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 13] , doorgenummerde pag. Z2 116-128.
Een geschrift, zijnde een rapport munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Amsterdam op 28 november 2021, zaaknummer 2021-12-01-97, politie registratienummer PL1300-2021245956-7 van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 januari 2022.
Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 220202.1300.9950 van 2 februari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 14] , doorgenummerde pag. Z2 17-18.
- Apple iPhone 7, zwart, goednummer 1324512;
- Apple iPhone 11, zwart, goednummer 1324514.
Een geschrift, zijnde een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van 17 januari 2022 met nummer TMFI2022.6113, opgemaakt door een forensisch DNA-deskundige namens The Maastricht Forensic Institute, niet doorgenummerd.
Een geschrift, betreffende aanvullende informatie van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 maart 2022, opgemaakt door de rapporteur [rapporteur] , doorgenummerde pag. Z2 19.
Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 16650009 van 15 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 15] , doorgenummerde pag. Z2 104-112.
Een geschrift, zijnde een rapport wapen- en munitieonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een vuurwapen in [plaats 2] op 14 december 2021 van 15 maart 2022, zaaknummer 2021.12.01.098, opgemaakt door [rapporteur] , niet doorgenummerd.
- de huls [AAPB1846NL], afkomstig van een schietincident op de [straat 1] in Amsterdam op 28 november 2021, en
- de huls [AAMM5680NL], afkomstig van een schietincident in de [straat 2] in Amsterdam op 29 november 2021, zijn verschoten met het vuurwapen [AAPJ7914NL], een semiautomatisch werkend omgebouwd gas-/alarmpistool Blow TR 34 van het kaliber 7,65mm Browning.
Voor elk van de twee hulzen [AAPB1846NL en AAMM5680NL], kaliber 7,65mm Browning, en vuurwapen [AAPJ7914NL] zijn de volgende hypothesen beschouwd:
Hypothese 1: De huls is verschoten met het vuurwapen.
Hypothese 2: De huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het vuurwapen.
De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
5.Bewezenverklaring
- van die scooter zijn afgestapt en in de richting van [slachtoffer] zijn gelopen en
- een vuurwapen merk Blow, type TR34, kaliber 7,65mm hebben gepakt en
- voornoemd vuurwapen op het hoofd van die [slachtoffer] hebben gericht en
- hem de woorden hebben toegevoegd: “Money, money, money” en “Give me your phone!” en
- nadat die [slachtoffer] naar een op een scooter aanrijdende omstander, te weten [benadeelde partij 2] rende, met voornoemd vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] en die [benadeelde partij 2] hebben geschoten;
- tegen een muur te duwen en
- de woorden toe te voegen: “Geef me je geld, geef me je portemonnee, geef me je telefoon, geef me de pincode van je telefoon!” en
- een vuurwapen te tonen en
- met kracht met voornoemd vuurwapen op het hoofd te slaan en
- voornoemd vuurwapen op voornoemde [benadeelde partij 1] te richten en
- vervolgens, toen hij, verdachte en zijn mededaders waren weggerend, met voornoemd vuurwapen in de lucht te schieten.
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
first offenders.
verdererecidive kan een verhoging worden toegepast van meer dan 50% of een andere strafmodaliteit.
d.d. 22 mei 2023, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld, maar dat dat niet voor soortgelijke feiten is geweest. De rechtbank merkt hem daarom aan als first offender.
- het rapport van de Raad opgemaakt op 6 april 2023;
- het rapport van JBRA opgemaakt op 7 april 2023;
- het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia opgemaakt op 22 december 2022.
9.Ten aanzien van het beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 20 (twintig) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
[benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 2.500,-(tweeduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 november 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2] , te betalen de som van € 2.500,-(tweeduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 november 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
gijzeling op 0 dagen.
voor het overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
[benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 1.735,99(zeventienhonderdvijfendertig euro en negenennegentig eurocent), waarvan € 235,99 (tweehonderdvijfendertig euro en negenennegentig eurocent) voor materiële schade en € 1.500,- (vijftienhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 november 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] , te betalen de som van € 1.735,99(zeventienhonderdvijfendertig euro en negenennegentig eurocent), waarvan € 235,99 (tweehonderdvijfendertig euro en negenennegentig eurocent) voor materiële schade en € 1.500,- (vijftienhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 november 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
de gijzeling op 0 dagen.