Op 26 april 2023 werd verdachte aangehouden na een melding van een vechtpartij in Amsterdam-Zuidoost. Tijdens het politieonderzoek ontstond het vermoeden dat verdachte een vuurwapen in zijn auto had, waarna een doorzoeking plaatsvond. In het dashboardkastje werd een pistool met munitie aangetroffen.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het bezit van het vuurwapen, stellende dat verdachte wetenschap had van het wapen en beschikkingsmacht erover bezat. De verdediging betoogde dat de doorzoeking onrechtmatig was, omdat er geen voldoende redelijk vermoeden bestond en de cautie niet was gegeven, wat leidde tot een onherstelbaar vormverzuim en bewijsuitsluiting.
De rechtbank oordeelde dat de cautie inderdaad had moeten worden gegeven, maar dat dit vormverzuim geen nadeel voor verdachte opleverde. Cruciaal was dat het openen van het dashboardkastje niet was toegestaan op grond van de Wet wapens en munitie, waardoor sprake was van een onrechtmatige doorzoeking en een ernstig vormverzuim. Het bewijs van het vuurwapen werd uitgesloten. Zonder dit bewijs was het ten laste gelegde niet bewezen en werd verdachte vrijgesproken.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af, omdat niet was komen vast te staan dat verdachte zich aan een strafbaar feit had schuldig gemaakt. De in beslag genomen wapens en munitie werden aan het verkeer onttrokken.