De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 augustus 2023 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten tegen een verdachte geboren in 1979, die momenteel gedetineerd is in Nederland zonder vaste verblijfplaats. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twee jaar en acht maanden, waarvan nog ruim twee jaar resteren.
De verdachte was aanwezig bij de eerste zitting in 2018 maar verscheen daarna niet meer, ondanks kennisgeving van vervolgzittingen en de verplichting om adreswijzigingen door te geven. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen eerlijk proces had gehad vanwege het niet ontvangen van zittingsdata en vonnis, mede door de Poolse rechtsstaatproblematiek. De officier van justitie stelde dat de verdachte bewust zijn adres niet had doorgegeven.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte bewust afstand had gedaan van zijn recht om te verschijnen door niet te reageren en zijn adres niet te melden. Er was geen concreet bewijs dat de Poolse rechtsstaatproblemen de procedure tegen hem hadden beïnvloed. De rechtbank concludeerde dat de overlevering geen schending van verdedigingsrechten inhoudt en stond de overlevering toe.
De beslissing is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De rechtbank baseerde zich op de relevante artikelen van de Overleveringswet en het Wetboek van Strafrecht, en op eerdere jurisprudentie over soortgelijke zaken.