Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Katowice,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Circuit Court in Katowice(Polen) van 20 december 2021 (referentienummer V K 64/21)
upheld by the judgment of the Katowice Court of Appealvan 21 juli 2022 (referentienummer II AKa 83/22, hierna ook aangeduid als het verzamelarrest).
- een
- een judgement of the District Court of Pszczynavan 20 oktober 2020 (referentienummer: II K 372/20),
upheld by the judgement of the Circuit Court in Katowicevan 22 december 2020 (referentienummer: XXIII Ka 703/20).
4.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- het onderzoek is in Polen aangevangen;
- het bewijs bevindt zich in Polen;
- de rechtsorde in Polen is geschaad;
- het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens zelf de opgeëiste persoon te vervolgen;
- het zwaartepunt ligt op schending van de Poolse rechtsorde.
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
7.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
“4. Penalty”, blijkt juist dat met het beredeneren van de hoogte van de straf wel van de juiste data is uitgegaan. De rechtbank ziet de verkeerd genoemde pleegperiode bij feit d) in het verzamelvonnis en het verzamelarrest dan ook als een kennelijke verschrijving, en verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsbepalingen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Katowice(Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het gedeelte van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, dat is opgelegd voor de feiten die behoren bij het aan het verzamelvonnis V K 64/21 en het bijbehorende verzamelarrest II AKa83/22 ten grondslag liggende vonnis XXI 60/12;
[opgeëiste persoon]voor zover het EAB betrekking heeft op het gedeelte van de vrijheidsstraf dat is opgelegd voor het feit dat hoort bij het aan het verzamelvonnis V K 64/21 en het bijbehorende verzamelarrest II AKa83/22 ten grondslag liggende vonnis II K 372/20.