Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op 13 januari 2022 parkeerde zonder voldoende betaling in de juiste zone. De heffingsambtenaar trok de aanslag na bezwaar in, maar eiseres ging in beroep tegen de uitspraak op bezwaar.
Eiseres stelde dat zij ten onrechte niet gehoord was, recht had op een dwangsom wegens te late beslissing, en proceskostenvergoeding verdiende omdat zij bij de dichtstbijzijnde parkeerautomaat had betaald. De rechtbank oordeelde dat een hoorzitting niet verplicht was omdat eiseres hier niet om had verzocht en dat de beslissing binnen de wettelijke termijn was genomen. Ook was er geen sprake van beroepsmatige rechtsbijstand, zodat proceskostenvergoeding niet toekwam.
De rechtbank wees erop dat de naheffingsaanslag terecht was ingetrokken en dat eiseres het bedrag van €0,28 via een restitutieformulier kon terugvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht bleef voor rekening van eiseres en er werd geen dwangsom of kostenvergoeding toegekend.