ECLI:NL:RBAMS:2023:6117
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werknemer ondanks onregelmatig ontslag
Een werknemer trad in juli 2018 in dienst bij een Amsterdams bedrijf. In mei 2022 werd hij in voorlopige hechtenis genomen en later veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel, waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar werd opgelegd. De werkgever zette het loon stop en zei de arbeidsovereenkomst op wegens ernstig verwijtbaar handelen.
De werknemer vorderde een billijke vergoeding, transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en betaling van vakantiegeld en niet-genoten verlofuren. De werkgever verweerde zich met het verwijt dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld, onder meer door leugenachtige verklaringen over zijn afwezigheid en het plegen van strafbare feiten onder werktijd.
De kantonrechter constateerde dat het ontslag onregelmatig was, maar dat de werknemer door zijn ernstig verwijtbare gedragingen geen recht had op de gevorderde vergoedingen. Tevens werd het tegenverzoek van de werkgever toegewezen om onverschuldigd betaalde loon over de periode van hechtenis terug te vorderen. De overige vorderingen van de werknemer werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoek werknemer tot billijke vergoeding en andere vergoedingen afgewezen wegens ernstig verwijtbaar handelen; werknemer veroordeeld tot terugbetaling onverschuldigd loon.