Uitspraak
1.de besloten vennootschap T.T.&T. Weerens Beheer B.V.
1.[gedaagde 1]2. [gedaagde 2]3. [gedaagde 3]
4.[gedaagde 4]5. [gedaagde 5]6. [gedaagde 6]
7.[gedaagde 7]8. [gedaagde 8]
[naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .
Rechtbank Amsterdam
Weerens Beheer c.s. is sinds 30 december 2020 eigenaar van een pand met meerdere zelfstandige woonruimten, waarvan drie woonruimten onderverhuurd zijn aan diverse onderhuurders. Eerder voerde Weerens Beheer c.s. een bodemprocedure tegen deze onderhuurders wegens verblijf zonder recht of titel, welke procedure nog in hoger beroep is. Vervolgens werden de hoofdhuurders in een aparte procedure ontbonden.
In deze procedure vordert Weerens Beheer c.s. ontruiming van de onderhuurders wegens pseudo-onderhuur en het ontbreken van een geldige huurovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot ontruiming wegens verblijf zonder recht of titel niet opnieuw kan worden ingediend, omdat deze reeds in een andere procedure aanhangig is en dit in strijd is met de goede procesorde.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat uit de dagvaarding niet kan worden afgeleid dat Weerens Beheer c.s. een vordering tot het bepalen van een einddatum van de onderhuurovereenkomst heeft ingesteld zoals vereist op grond van artikel 7:269 lid 2 BW Pro. Hierdoor is ook deze grond voor ontruiming niet toewijsbaar.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt Weerens Beheer c.s. in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de onderhuurders wordt afgewezen en Weerens Beheer c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.