ECLI:NL:RBAMS:2023:6197

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 juni 2023
Publicatiedatum
6 oktober 2023
Zaaknummer
C/13/721220 / FA RK 22-4869
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor waardering aandelen en activa in echtscheidingsprocedure

Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en verzoeken de echtscheiding uit te spreken met verdeling van de gemeenschap. De rechtbank stelt vast dat de waarde van de aandelen van een besloten vennootschap en de activa en passiva van een eenmanszaak moeten worden vastgesteld.

De peildatum voor de waardering wordt vastgesteld op de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding, 4 augustus 2022. Een deskundige wordt voorgesteld om de waardering uit te voeren en te adviseren over de meest reële waarderingsmethode en de waarde van de goodwill.

De kosten van de deskundige worden geraamd op €16.000 inclusief btw en dienen voorlopig door de verzoeker te worden voorgeschoten. Partijen krijgen de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de benoeming, kosten en vragen aan de deskundige. De beslissing over de benoeming wordt aangehouden tot de pro forma behandeling.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige voor waardering met peildatum 4 augustus 2022 en stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugdzaken
zaaknummer / rekestnummer: C/13/721220 / FA RK 22-8094 (echtscheiding) (LB/CS) C/13/727223 / FA RK 22-8094 (verdeling)
Beschikking van de meervoudige kamer d.d. 28 juni 2023 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende op een voor de rechtbank bekend geheim adres,
hierna te noemen [verzoeker] ,
advocaat mr. C.S.M. Ruijgrok,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen [verweerder] ,
advocaat mr. H.N.H. Dresschers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ingekomen op 4 augustus 2022;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek;
- de brief van [verweerder] met bijlagen van 16 mei 2023;
- het aanvullend verweerschrift van [verweerder] houdende wijziging van verweer en wijziging/deels intrekking van zelfstandige verzoeken van 26 mei 2023;
- het aanvullend verweerschrift van [verweerder] houdende wijziging van zelfstandige verzoek van 28 mei 2023;
- de brief van [verzoeker] met bijlagen van 1 juni 2023.
- de brief van [verzoeker] met bijlagen van 2 juni 2023;
- de brief van [verweerder] met bijlagen van 2 juni 2023;
- de brief van [verweerder] met bijlage van 5 juni 2023;
- het F9-formulier van [verweerder] van 12 juni 2023 met als bijlage de pleitnota.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 juni 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen met hun advocaten.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 29 juni 2017 te Castricum aan Zee. [verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit. [verweerder] is Brits burger.
2.2.
Partijen hebben verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken en daarnaast zijn er nevenverzoeken gedaan, waaronder de verdeling van de gemeenschap van goederen.
2.3.
Vaststaat dat partijen in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en dat met het oog op de verdeling van de gemeenschap in ieder geval de waarde moet worden vastgesteld van:
  • de aandelen [bedrijf 1] B.V.;
  • de activa en passiva van de eenmanszaak [bedrijf 2] .
Partijen zijn het erover eens dat een deskundige door de rechtbank moet worden benoemd voor de waardering.
2.4.
Het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend op 4 augustus 2022. Zoals ook door [verzoeker] is gesteld, is het in het kader van de waardering van ondernemingen gebruikelijk om aan te sluiten bij de datum indiening verzoekschrift. [verweerder] heeft weliswaar bepleit om in afwijking daarvan aan te sluiten bij de datum dat partijen daadwerkelijk uit elkaar gingen, te weten 1 augustus 2022, maar daarin wordt zij niet gevolgd nu deze datum zo kort vóór de datum indiening verzoekschrift ligt. Als peildatum voor de waardering van voornoemde ondernemingen zal de rechtbank daarom 4 augustus 2022 bepalen.
2.5.
De rechtbank stelt als deskundige voor:
drs. B. Berlemon, van het kantoor De Hooge Waerder
adres: [adres]
om advies uit te brengen met betrekking tot de waardering van de ondernemingen van [verzoeker] per peildatum 4 augustus 2022 en in ieder geval daarbij de volgende vragen te beantwoorden:
Wat is de waarde in het economisch verkeer van de activa en passiva van de eenmanszaak [bedrijf 2] per 4 augustus 2022?
Wat is de waarde van de eventuele goodwill van de [bedrijf 2] per 4 augustus 2022?
Welke waarderingsmethode van de aandelen [bedrijf 1] B.V. is de meest reële waarderingsmethode in dit geval, mede in aanmerking genomen de branche waarin de vennootschap werkzaam is en de omstandigheid dat de aandelen worden gewaardeerd in het kader van verdeling van de gemeenschap van partijen?
Wat is, uitgaande van de meest reële waarderingsmethode, volgens u de waarde van de aandelen van [bedrijf 1] B.V. in het economisch verkeer per 4 augustus 2022?
Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak c.q. de beoordeling daarvan?
2.6.
Voormelde deskundige heeft de rechtbank reeds laten weten voormeld onderzoek te kunnen uitvoeren. De kosten voor het waarderen van de eenmanszaak en de aandelen van de vennootschap begroot de deskundige op basis van de beperkte informatie aan hem gegeven tijdens een telefoongesprek met de griffier tegen een uurtarief van € 210,-- exclusief btw op een bedrag van € 16.000,- inclusief btw.
2.6.1.
De rechtbank bepaalt dat [verzoeker] de kosten voor de deskundige dient voor te schieten nu zij over liquide middelen beschikt en [verweerder] (nog) niet. Bij de daadwerkelijke verdeling zullen genoemde kosten gelijkelijk over partijen worden verdeeld
2.7.
Partijen hebben tot
12 juli 2023de gelegenheid zich uit te laten over de voorgestelde deskundige, diens kosten en de aan deze te stellen vragen. Alle overige verzoeken worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk
12 juli 2023schriftelijk uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde te benoemen deskundige, diens kosten en de aan die deskundige te stellen vragen, zoals hiervoor onder 2.5 en 2.6 opgenomen;
3.2.
houdt de beslissing tot benoeming van de deskundige en iedere verdere beslissing aan tot de pro forma behandeling van
19 juli 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, voorzitter, mr. C.C.M. Oude Hengel en mr. J. Schoemaker, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.K. Soeters op 28 juni 2023.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.