ECLI:NL:RBAMS:2023:633
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende onderzoek hardheidsclausule
Eiser, die kampt met lichamelijke en psychische klachten en uit nood bij een kennis woont, vroeg een urgentieverklaring aan op basis van medische gronden. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de bindingseis van vier jaar en geen urgent huisvestingsprobleem had, aangezien hij bij een vriend inwoonde. De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen leidend is voor de bindingseis en dat inwoning bij een ander huishouden geen urgentieprobleem vormt.
Eiser stelde dat verweerder de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege zijn schrijnende situatie en dat verweerder advies van een GGD-arts had moeten vragen. De rechtbank volgde dit standpunt en stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de medische situatie van eiser en niet zorgvuldig had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en beval verweerder binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en advies van een GGD-arts. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met advies van een GGD-arts.