Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
€ 65.000,--
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak over nevenvoorzieningen na echtscheiding tussen partijen, waarbij de partner- en kinderalimentatie, zorgregeling en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan de orde waren.
De rechtbank stelde de definitieve kinderbijdrage vast op €120 per maand en wees het verzoek tot partneralimentatie af wegens het ontbreken van draagkracht bij de vrouw. De draagkracht van beide partijen werd zorgvuldig berekend aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen en winst uit onderneming, waarbij rekening werd gehouden met pensioenreserveringen en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen.
Ten aanzien van de zorgregeling wees de rechtbank het verzoek van de man tot uitbreiding af vanwege het late tijdstip en het gebrek aan voorbereiding bij de vrouw en kinderen. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vond plaats op basis van het Nederlandse recht, waarbij de privé banksaldi gelijkelijk werden verdeeld, de huishoudelijke inboedel aan de vrouw werd toegedeeld tegen een waarde van €3.000, en de activa van de eenmanszaak van de vrouw werden gewaardeerd op €208.092, exclusief goodwill, welke de rechtbank op nihil waardeerde vanwege het persoonlijke karakter van de onderneming.
Verzoeken van partijen tot kostenvergoeding en inzage in bankafschriften werden afgewezen. De rechtbank bepaalde dat elke partij de eigen proceskosten draagt en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank stelt kinderalimentatie vast, wijst partneralimentatie af, regelt de verdeling van de gemeenschap van goederen inclusief waardering van de eenmanszaak zonder goodwill en wijst overige verzoeken af.