De Universiteit van Amsterdam verzocht op 17 mei 2023 ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verzoeker wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Tijdens de mondelinge behandeling op 31 augustus 2023 wrakende verzoeker de kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid en ongelijke behandeling.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 19 september 2023 en onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brengen. Verzoeker stelde dat de rechter geen hoor- en wederhoor toepaste, hem kritisch behandelde, maar de Universiteit van Amsterdam niet, en dat de rechter geen bewijsopdracht aan de UvA gaf voor de door haar gestelde feiten.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan kritisch te zijn geweest tegenover beide partijen. De wrakingskamer concludeerde dat de kritische bejegening niet leidt tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid en dat de rechter de gronden van de UvA als uitgangspunt neemt zonder zelfstandig bewijs te putten uit de vele tweets.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. De procedure werd zorgvuldig gevoerd met toepassing van hoor en wederhoor en gelijke spreektijd voor partijen.