ECLI:NL:RBAMS:2023:678
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met toepassing van Nederlands recht
Partijen zijn in 2002 gehuwd en in 2022 gescheiden. De rechtbank behandelt de verdeling van het huwelijksvermogen volgens het Nederlands recht, dat van toepassing is op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag en de Brussel II-bis Verordening.
De rechtbank gaat uit van een algehele gemeenschap van goederen en bepaalt dat de inboedel en banksaldi per peildatum 3 maart 2021 gelijkelijk worden verdeeld. De vrouw krijgt het recht van vruchtgebruik op een perceel grond in Suriname toegewezen, waarbij de man recht heeft op de helft van de waarde daarvan. Verzoeken van de vrouw om aanspraak op een auto, motor en een huis in Indonesië worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
De schuldenlast kan niet exact worden vastgesteld, maar worden in de interne verhouding gelijkelijk verdeeld, omdat geen verwijtbaarheid aan de man is vastgesteld. Verzoeken omtrent pensioeninformatie en alimentatie zijn ingetrokken. Elke partij draagt de eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast met gelijke verdeling van inboedel en banksaldi, toewijzing van vruchtgebruik aan de vrouw en gelijke draagplicht voor schulden.