Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[verweersters] ,
GROUPE AGPM
2.De feiten
3.Het geschil
Het verzoek
4.De beoordeling
causaliteitsverdeling en billijkheidscorrectie
Rechtbank Amsterdam
Op 3 oktober 2018 vond een verkeersongeval plaats op een kruising in Amsterdam tussen een motorrijder en een fietser. De fietser stak door rood licht en negeerde haaientanden, waardoor het ongeval ontstond. De motorrijder liep blijvend letsel op en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Uit de verklaringen en het politiedossier volgt dat de fietser door rood reed en geen voorrang verleende, terwijl de motorrijder een oranje knipperend licht had en niet tijdig kon stoppen. De motorrijder droeg voor 20% bij aan het ontstaan van het ongeval door onvoldoende anticipatie.
De rechtbank wees het tegenverzoek van de fietser af, die stelde dat de motorrijder aansprakelijk was. De aansprakelijkheid werd vastgesteld op grond van artikel 185 WVW Pro met reflexwerking en artikel 6:162 BW Pro. AGPM, de verzekeraar van de fietser, werd veroordeeld tot vergoeding van 80% van de schade, betaling van een voorschot van €20.000,--, en vergoeding van buitengerechtelijke en proceskosten naar rato.
De rechtbank verwierp het verzoek tot een hoger voorschot wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van de procedure werden begroot en toegewezen aan de motorrijder. De beslissing draagt bij aan een vaststellingsovereenkomst over de schadeafwikkeling.
Uitkomst: Fietser aansprakelijk voor 80% van de schade, verzekeraar veroordeeld tot vergoeding en voorschotbetaling.