ECLI:NL:RBAMS:2023:7115
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op gedeeltelijke weigering Wob-verzoek milieu-informatie biologische agentia
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van meldingen over incidenten met biologische agentia van categorie 3 en 4. Verweerder maakte negen documenten gedeeltelijk openbaar, waarbij informatie werd achtergehouden wegens bijzondere persoonsgegevens en mogelijke schending van de privacy. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde informatie niet openbaar gemaakt kon worden, met name met betrekking tot milieu-informatie die emissies betreft.
De rechtbank stelt vast dat biologische agentia volgens verweerder niet onder milieu-informatie vallen, maar volgt dit niet vanwege Europese rechtspraak en definities in de Wet milieubeheer. Tevens concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de weggelaten informatie bijzondere persoonsgegevens bevat die openbaarmaking verbieden. De beleidsmatige keuze van verweerder om bedrijfsnamen altijd openbaar te maken leidde tot identificatie van betrokkenen, wat problematisch is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor de passages in documenten 2, 3, 7 en 8 waar motivering ontbreekt en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige afweging tussen openbaarmaking en bescherming van persoonsgegevens en milieu-informatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor onvoldoende gemotiveerde passages; verweerder moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.