Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:7278

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
13/233300-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor fraude

De rechtbank Amsterdam heeft op 15 november 2023 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Wroclaw, Polen. De opgeëiste persoon, geboren in 1962 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van fraude en werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf die later werd omgezet in een onvoorwaardelijke straf wegens niet-naleving.

Tijdens de zitting op 1 november 2023 was de verdachte vertegenwoordigd door een raadsman en deed afstand van zijn recht op een eigen zitting. De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en concludeerde dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW). De feiten waarop het EAB betrekking heeft, vallen onder de lijstfeiten van bijlage 1 OLW, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven.

De rechtbank oordeelde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn, mede omdat de verdachte in persoon was verschenen bij de procedure in Polen en de strafbaarstelling van de feiten overeenkomt met Nederlandse wetgeving. De overlevering wordt daarom toegestaan, conform de artikelen 2, 5 en 7 van de OLW. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de strafbare feiten zoals omschreven in het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/233300-23
Datum uitspraak: 15 november 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 14 september 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 23 juni 2022 door
the Regional Court in Wroclaw(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1962,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 november 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht op zitting te worden gehoord. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. S. Burmeister, advocaat in Amsterdam.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the District Court for Wroclaw-Krzyki in Wroclawvan
4 mei 2016 (VII K 982/15).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is bij het hiervoor genoemde vonnis aanvankelijk voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd, met een proeftijd van vijf jaar.
Bij beslissing van
the District Court for Wroclaw-Krzyki in Wroclawvan 31 augustus 2017 (VII Ko 1488/17) is de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf bevolen, omdat de opgeëiste persoon de door hem veroorzaakte schade niet had vergoed en geen contact onderhield met de reclasseringsambtenaar, zo blijkt uit het EAB. Zo bezien stelt de rechtbank ambtshalve vast dat geen sprake is van een ‘triggerende veroordeling’ als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023 in de zaak LU (C514/21) en PH (C515/21). [3] Dit betekent dat alleen de procedure die heeft geleid tot het voornoemde vonnis van
the District Court for Wroclaw-Krzyki in Wroclawonder de reikwijdte van art. 12 OLW Pro valt. Omdat de opgeëiste persoon in die procedure in persoon is verschenen, is de weigeringsgrond van art. 12 OLW Pro niet van toepassing.
Het vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [4]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 8, te weten:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 van de OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Wroclaw(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. L. Sanders en B.M. Vroom-Cramer. rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 november 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie ECLI:EU:C:2023:235.
4.Zie onderdeel e) van het EAB.