ECLI:NL:RBAMS:2023:7284
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bedrijfsparkeervergunning wegens onduidelijke bekendmaking
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok op 2 december 2021 de bedrijfsparkeervergunning van eiseres in per 1 november 2022. Eiseres diende een bezwaarschrift in, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank onderzocht of het bezwaarschrift tijdig was ingediend en of de bekendmaking van het primaire besluit was vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het college geen bewijs had geleverd dat het primaire besluit daadwerkelijk op 2 december 2021 was verzonden, waardoor de aanvang van de bezwaartermijn niet kon worden vastgesteld. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend volgens de verzendtheorie van artikel 6:9 lid 2 Awb Pro, omdat het bezwaarschrift op de laatste dag van de termijn ter post was aangeboden en binnen een week na afloop van de termijn door het college was ontvangen.
Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken na een nader te nemen uitspraak een nieuw besluit moet nemen. Tot die tijd blijft de schorsende werking van het bezwaar van kracht, zodat eiseres gebruik kan blijven maken van de parkeervergunning. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen.