ECLI:NL:RBAMS:2023:7345

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
21 november 2023
Zaaknummer
13.119500-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks afwezigheid verdachte wegens stoornis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 juni 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Tsjechische autoriteiten tegen een verdachte geboren in Polen zonder vaste verblijfplaats in Nederland.

De verdachte kon vanwege een stoornis het proces niet persoonlijk bijwonen, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat. De verdediging stelde dat de verdedigingsrechten waren geschonden omdat de verdachte niet zelf aanwezig kon zijn en de advocaat geen toegang had tot de behandeling van het bezwaar bij een hogere instantie achter gesloten deuren.

De rechtbank oordeelde dat deze weigeringsgrond niet van toepassing is omdat het bezwaar niet over schuld of straf ging en de verdachte adequaat werd vertegenwoordigd. De feiten waarvoor overlevering werd verzocht betreffen racketeering en afpersing, strafbaar gesteld met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden getoetst.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan. Daarom werd de overlevering toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Tsjechië toe ondanks zijn afwezigheid wegens een stoornis, omdat hij adequaat werd vertegenwoordigd door een advocaat.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/119500-23
Datum uitspraak: 11 juli 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 11 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 maart 2023 door
the District Court in Rakovník(Tsjechië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] te [plaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 juni 2023, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
Resolution of District Court in Rakovník as of 14 October 2021, court file ref. 1Nt 971/2021-374 in connection with Resolution of Regional Court in Prague as of 08 December 2021, court file ref. 9To 352/2021-399.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een maatregel, zijnde
protective in-patient treatment in a psychiatric facility’ voor de duur van ten minste 2 jaren, telkens te verlengen met 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De maatregel is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [2]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van dit artikel dient te worden geweigerd. Uit aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon niet bij zijn berechting aanwezig was omdat hij door een stoornis het proces volgens deskundigen niet zou kunnen begrijpen. De
District Courtheeft aan hem een maatregel opgelegd. Tegen die uitspraak heeft de advocaat van de opgeëiste persoon bezwaar gemaakt, dat is behandeld door de
Regional Courtdie de uitspraak van de
District Courtheeft bevestigd. De raadsman heeft gesteld dat de behandeling bij de
Regional Courtbesloten was en de advocaat van de opgeëiste persoon daarbij niet aanwezig mocht zijn en hem dus niet heeft kunnen verdedigen. De raadsman heeft geconcludeerd dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zijn geschonden omdat hij buiten zijn schuld niet kon worden verdedigd. Hij kon zelf vanwege zijn stoornis niet aanwezig zijn en zijn advocaat is toegang tot de behandeling van het bezwaar geweigerd.
Subsidiair heeft de raadsman aanhouding van de behandeling bepleit ten behoeve van nadere informatie op dit punt.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gesteld dat de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond niet aan de orde is. Uit aanvullende informatie blijkt dat de instantie die het bezwaar heeft behandeld niet heeft geoordeeld over schuld of straf. Daarmee is de rechtbank de hoogste instantie die daarover heeft geoordeeld en dient de behandeling bij de rechtbank te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. Bij die behandeling is de opgeëiste persoon vertegenwoordigd door een door hem gemachtigde advocaat, zodat de situatie als bedoeld in artikel 12 sub b OLW Pro aan de orde is. In geval van onduidelijkheid hierover zouden nog nadere vragen kunnen worden gesteld.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.
Uit het EAB en aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon door een stoornis het proces niet zou kunnen begrijpen en daarom niet zelf bij de behandeling ter terechtzitting aanwezig was. Hij is bij de behandeling door de rechtbank veroordeeld tot de maatregel
protective in-patient treatment in a psychiatric facility. Een door hem gemachtigd advocaat heeft hem bij die behandeling vertegenwoordigd, terwijl de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces. De advocaat heeft tegen de beslissing bezwaar aangetekend dat door een hogere instantie achter gesloten deuren is behandeld. Uit de informatie blijkt niet dat de advocaat geen toegang had tot die behandeling, maar deze omstandigheid kan in het midden blijven. In aanvullende informatie van 21 juni 2023 staat namelijk uitdrukkelijk vermeld dat in die procedure niet is geoordeeld over schuld of straf, zodat deze omstandigheid niet hoeft te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. De rechtbank acht het daarom niet noodzakelijk de behandeling aan te houden ten behoeve van nadere informatie op dit punt.
Nu de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces en bij de behandeling door de rechtbank is verdedigd door een door hem gemachtigde advocaat, is voldaan aan artikel 12 sub b OLW Pro en is de weigeringsgrond als bedoeld in dit artikel niet aan de orde.

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 21, te weten:
racketeering en afpersing.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Tsjechië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het als feit 1 vermelde niet valt onder het door de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeduide lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd
en
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 157 en 350 Wetboek van strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Rakovník(Tsjechië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en R.A. Sipkens, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.