ECLI:NL:RBAMS:2023:7437

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
13.669072.16 (2023)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot toevoeging locatieverbod aan voorwaarden tbs

De officier van justitie verzocht de rechtbank om de voorwaarden van de tbs-maatregel van de terbeschikkinggestelde uit 2020 te wijzigen door een locatieverbod voor heel Amsterdam toe te voegen. Dit verzoek werd onderbouwd met een reclasseringsadvies en signalen van druk vanuit de gemeenschap op de slachtoffers. Tijdens de zitting op 27 juni 2023 werden de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw en een deskundige gehoord.

De reclassering en hulpverleners meldden dat de oudste dochter van de terbeschikkinggestelde ernstige psychische problemen ervaart door de situatie en vrezen dat zijn terugkeer naar Amsterdam verdere problemen kan veroorzaken. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw verzetten zich tegen het locatieverbod, omdat hij dan niet meer in zijn eigen woning kan verblijven en zijn netwerk in Amsterdam verliest.

De rechtbank overwoog dat het contactverbod dat reeds geldt en wordt nageleefd, voldoende bescherming biedt aan de slachtoffers. Er was geen bewijs dat de terbeschikkinggestelde het contactverbod had overtreden. Een locatieverbod zou ingrijpende gevolgen hebben voor de terbeschikkinggestelde zonder dat dit gerechtvaardigd werd geacht. Daarom wees de rechtbank de vordering van het OM af.

De beslissing werd uitgesproken op 11 juli 2023 door de rechtbank Amsterdam, met drie rechters aanwezig, waarvan één niet kon ondertekenen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot toevoeging van een locatieverbod aan de voorwaarden van de tbs af.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/669072-16

Uitspraakdatum: 11 juli 2023
Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 2 mei 2023 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),
in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres:
[adres] ,
thans gedetineerd in [detentieplaats] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 25 juni 2020 onder voorwaarden ter beschikking werd gesteld.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot wijziging van de voorwaarden, inhoudende dat aan de voorwaarden wordt toegevoegd een locatieverbod voor Amsterdam-West. Ter zitting heeft de officier van justitie de vordering aangepast in die zin dat toevoeging aan de voorwaarden van een locatieverbod voor heel Amsterdam wordt gevorderd.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het reclasseringsadvies van 17 april 2023 van reclasseringswerker [naam 1] , strekkende tot toevoeging van een locatieverbod voor Amsterdam-West aan de terbeschikkingstelling verbonden voorwaarden;
  • de vordering van de officier van justitie van 2 mei 2023;
  • een (niet ondertekende) brief van 23 mei 2023 van [naam 2] CGT-werker/behandelaar FACT Jeugdteam Arkin Jeugd & Gezin.
De rechtbank heeft de officier van justitie mr. C.R. Zetsma, de terbeschikkinggestelde en diens raadsvrouw mr. S.M. Hof, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [naam 3] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland Advies & Toezichtunit 8 Noord-West, gehoord op de openbare terechtzitting van 27 juni 2023. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de voorwaarden een locatieverbod voor heel Amsterdam wordt toegevoegd. De officier van justitie is van mening dat het belang van de slachtoffers moet prevaleren boven het belang van de terbeschikkinggestelde.
De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hebben zich verzet tegen deze wijziging van de voorwaarden. Er is al een contactverbod en dat heeft de terbeschikkinggestelde nageleefd. De toekomst van de terbeschikkinggestelde ligt in Amsterdam, het zou voor hem grote consequenties hebben als hij daar helemaal niet meer mag komen. Bovendien zou een locatieverbod voor Amsterdam of Amsterdam-West betekenen dat de terbeschikkinggestelde niet meer in zijn eigen huis terecht kan op het moment dat hij vrij komt.

De beoordeling

Het reclasseringsadvies
Aan genoemd
reclasseringsadvies van 17 april 2023wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
‘Wij adviseren om de voorwaarden zoals die zijn opgelegd door de rechtbank op 25 juni 2020 te handhaven met toevoeging van de volgende voorwaarde:
Locatieverbod (zonder elektronische monitoring)
Betrokkene bevindt zich niet in Amsterdam West en Nieuw-West indien de reclassering dit nodig acht en dan zolang als het Openbaar Ministerie dit nodig vindt.
Gedurende de detentie heeft de reclassering herhaaldelijk berichten gekregen van mevrouw [naam 4] (moeder van de slachtoffers), dat zij wordt aangesproken door leden uit de [nationaliteit] gemeenschap omdat de heer [terbeschikkinggestelde] contact met hen heeft opgenomen vanuit detentie en zich beklaagd heeft over zijn lot. Zij wordt dan gevraagd hem weer terug te nemen of medelijden met hem te hebben. De heer [terbeschikkinggestelde] is hier meerdere keren op aangesproken door zowel ondergetekende als door zijn casemanager, maar dat lijkt niet door te dringen.
Aan het begin van zijn detentie zagen de slachtoffers nog wel een ingang voor herstelgesprekken, maar alleen als betrokkene verantwoordelijkheid zou nemen voor hetgeen hij heeft gedaan. Echter, betrokkene weigert dit te erkennen.
Mevrouw [naam 6] van FACT Jeugdteam van Arkin die betrokken is bij de hulpverlening van de kinderen zegt in een mail van 17 januari 23 het volgende:
“Vanuit het Fact jeugdteam zijn we met name betrokken bij de oudste dochter en zien wij dat door deze situatie zij op dit moment een grote toename van psychische problemen ervaart. Wij vrezen dat het vrijkomen straks nog meer teweeg kan brengen. Ook de rest van de kinderen had heel langzaam de zaakjes weer op orde, maar trekken aan de bel. Ze sluiten zich af en durven nauwelijks nog buiten te komen.
Dhr. [terbeschikkinggestelde] probeert, via familie in [land van herkomst] en de [nationaliteit] gemeenschap in Amsterdam, hem weer in contact te laten komen met de kinderen. Hij vertelt hierbij dat hij door zijn ex-vrouw in de gevangenis is gezet en dat er leugens over hem worden verspreid. De [nationaliteit] gemeenschap in Amsterdam en de familie in [land van herkomst] staan achter hem en leggen ontzettend veel druk op het gezin. Dit was al gaande voordat hij werd veroordeeld en is nu in alle hevigheid weer aanwezig. Hierbij lijkt begrenzing niet te werken en ook in het verleden kon dit maanden- tot jarenlang aanhouden.
Vanuit de hulpverlening zien wij de enorme impact op het gezin. We denken dat het beperken van inzetten van de [nationaliteit] gemeenschap/familieleden en het niet wonen binnen Amsterdam hen ontzettend kan helpen hun leven op te bouwen. Wij denken echter dat dhr. [terbeschikkinggestelde] hier anders over denkt en dit niet zal veranderen als er geen consequenties van buitenaf aan verbonden zitten.”
Naast bovengenoemde mail is ook mevrouw [naam 2] van het FACT jeugdteam in Amsterdam gesproken, zij geeft aan dat de oudste dochter van de heer [terbeschikkinggestelde] veel last heeft van de aankomende terugkeer van haar vader naar Amsterdam. Het is moeilijk in te schatten hoe lang het eventueel zou duren eer zij stabiel genoeg is om dit aan te kunnen. Het zou al kunnen helpen als hij niet in Amsterdam-West verblijft.’
De deskundige [naam 3] heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
Informatie van het FACT jeugdteam
Aan genoemde
brief van 23 mei 2023 van [naam 2]wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven;
‘Vanuit het Fact Jeugdteam zijn wij met name betrokken bij de oudste dochter en zien wij dat door deze situatie zij op dit moment een grote toename van psychische problemen ervaart. Vanuit oplopende spanning en angst haar vader tegen te komen is zij enkele maanden terug in een psychose beland en opgenomen geweest. Wij vrezen dat het vrijkomen straks nog meer teweeg kan brengen.’
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat het invoelbaar is dat de slachtoffers – de kinderen van de terbeschikkinggestelde – niet met hem geconfronteerd willen worden Daartoe is eerder een contactverbod opgelegd.
De strafrechter zag destijds geen noodzaak om naast een contactverbod ook een locatieverbod op te leggen. Een locatieverbod was destijds ook niet geadviseerd door de reclassering, dan wel gevorderd door de officier van justitie.
Het nu alsnog opleggen van een locatieverbod voor Amsterdam, dan wel Amsterdam-West zou betekenen dat de terbeschikkinggestelde na zijn detentie niet kan terugkeren in zijn eigen koopwoning en dat hij wordt afgesneden van zijn netwerk, de [nationaliteit] gemeenschap.
Dat er signalen zijn dat vanuit de [nationaliteit] gemeenschap druk wordt uitgeoefend op de slachtoffers maakt niet dat de terbeschikkinggestelde daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. De rechtbank kan niet vaststellen dat de terbeschikkinggestelde het contactverbod heeft overtreden. Ook is er geen concrete aanleiding die het wijzigen van de voorwaarden, zoals destijds opgelegd door de strafrechter, rechtvaardigt in die zin dat een locatieverbod wordt opgelegd met zulke ingrijpende consequenties voor de terbeschikkinggestelde.
De rechtbank acht de belangen van de slachtoffers vooralsnog voldoende beschermd door het contactverbod en zal de vordering daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gegeven door
mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,
mrs. E.G.C. Groenendaal en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2023.
De jongste rechter is buiten staat om deze
beslissing mede te ondertekenen.