Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
. [eiser 1], en
[eiser 2],
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 28 februari 2023, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten en omstandigheden
Op 31-12-2017 is door leninggevers een geldlening verstrekt aan leningnemers ten bedrage van euro 37.348 (…);
de lening heeft een looptijd van 30 jaar;
over de hoofdsom zijn leningnemers aan leninggevers een jaarlijkse rente verschuldigd van 0 (nul) procent;
gedurende de looptijd van de lening geldt er geen vaste aflossingverplichting, dat wil zeggen, dat leningnemers op basis van hun financiële mogelijkheden jaarlijks bepalen in welke mate op de geldlening wordt afgelost;
de lening is niet direct opeisbaar;
(…).
Vordering en verweer
Beoordeling
“Het bedrag van € 37.348 moet t.z.t. verrekend worden met het (toekomstig) erfdeel van [naam] ”. Ook als de kantonrechter van deze lezing zou uitgaan, staat daarmee echter nog niet vast dat [gedaagde] en [naam] van de lening niets meer zouden hoeven terugbetalen. Het staat immers nog niet vast hoe groot het erfdeel van [naam] zal zijn. Bij verrekening gaan de vorderingen slechts tot hun gezamenlijk beloop teniet, zodat het (in theorie) mogelijk is dat nog een deel van de lening overblijft nadat de lening met het erfdeel is verrekend. Misschien was het voor partijen in november 2020 wel duidelijk dat [eisers] voldoende mogelijkheden hadden om [naam] op dat moment of op een later moment financieel te ondersteunen, maar de stand van zaken op het moment van overlijden blijft natuurlijk ongewis. Dat is juridisch gezien dan ook onvoldoende om nu al te kunnen zeggen dat de hele lening kon worden verrekend.
onaanvaardbaarzou zijn. Dat de huidige situatie voor partijen vervelend is, maakt de termijn van 30 jaar echter nog niet onaanvaardbaar.