ECLI:NL:RBAMS:2023:8245
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens niet-afgeronde aannemingsovereenkomst met individuele aannemer
Deze zaak betreft een geschil over een aannemingsovereenkomst voor het bouwen van een dakopbouw, gesloten in december 2020. De kernvraag was met wie de overeenkomst was gesloten: met de aannemer zelf of met het bedrijf van zijn moeder. De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst met de aannemer persoonlijk was gesloten, omdat hij niet duidelijk had gemaakt namens een ander op te treden en de opdrachtgever steeds alleen met hem contact had.
Vast stond dat de aannemer het werk niet had afgerond en in verzuim was gesteld. De opdrachtgever wenste geen nakoming meer maar schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de schade niet gebaseerd kon worden op offertes van andere aannemers, maar op de daadwerkelijke kosten die de opdrachtgever had gemaakt om het werk met hulp van vrienden en een ander bouwbedrijf af te ronden. Deze kosten bedroegen €10.000, waarvan de opdrachtgever nog een termijn van €3.753,80 aan de aannemer verschuldigd was.
De rechtbank veroordeelde de aannemer tot betaling van het verschilbedrag van €6.246,20 met wettelijke rente vanaf 12 december 2021. Tevens werden de proceskosten van de opdrachtgever toegewezen, begroot op €1.353,00 plus rente. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De aannemer is veroordeeld tot betaling van €6.246,20 schadevergoeding en proceskosten.