Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
DEXIA NEDERLAND B.V.,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 juli 2023;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;
- de rolmededeling van 21 september 2023;
- de akte uitlaten van Dexia.
2.De verdere beoordeling
.
€ 132,00
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 december 2023 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen eiser en Dexia Nederland B.V. Eiser vordert de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst op grond van artikel 1:88/89 BW, stellende niet tijdig bekend te zijn geweest met de overeenkomst. Dexia betwist dit en voert verjaring van de vernietigingsbevoegdheid aan.
De rechtbank beoordeelt het verjaringsverweer aan de hand van het toetsingskader uit een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2023:1221). Eiser heeft schriftelijke verklaringen overgelegd over de financiële situatie en het beheer van de gezamenlijke financiën met zijn ex-partner ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Deze verklaringen geven aan dat eiser niet vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomst.
Dexia heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd die het verjaringsverweer ondersteunen. De rechtbank stelt dat de bewijslast voor het verjaringsverweer bij Dexia ligt en dat eiser niet hoeft te bewijzen wanneer hij daadwerkelijk kennisnam van de overeenkomst. De verklaringen van eiser en zijn ex-partner worden als voldoende onderbouwing geaccepteerd.
De rechtbank verklaart de overeenkomst vernietigd, veroordeelt Dexia tot terugbetaling van alle door eiser betaalde bedragen verminderd met ontvangen uitkeringen, en tot betaling van wettelijke rente vanaf 28 december 2005. De vordering tot schrapping van een BKR-registratie wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Tenslotte wordt Dexia veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst wordt vernietigd en Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.