ECLI:NL:RBAMS:2023:8384
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- P. van Kesteren
- B.M. Vroom-Cramer
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie bij verzoek tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens vertrek opgeëiste persoon naar België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 december 2023 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische rechtbank. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, was niet verschenen op de zitting. De raadsman gaf aan niet te verschijnen omdat de opgeëiste persoon zich inmiddels bij de Belgische autoriteiten had gemeld en aldaar was aangehouden.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat deze niet langer in Nederland verbleef. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke grondslag voor de vordering van de officier van justitie. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd en beval de teruggaaf van de borgsom aan de opgeëiste persoon. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en werd openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon zich in België heeft gemeld en niet meer in Nederland verblijft.