Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer vordering tul: 23/001315-21
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
gymmendie door aangever zou zijn vergeten. [2] Verdachte heeft verklaard dat de aangever zou hebben gezegd dat hij ‘zijn hoofd op ging blazen’ [3] . Door de berichten van de aangever heeft verdachte zich angstig en bedreigd gevoeld en hij heeft iemand gevraagd een mes te brengen zodat hij zich kon verdedigen. [4]
zijn chest’ 2 gaten zitten. De rechtbank begrijpt dat de aangever hiermee zijn borst bedoeld. Dat verdachte heeft gestoken heeft hij zelf ook bekend. Het mes is door de onderarm en in de borst van de aangever gekomen, de aangever heeft hierdoor letsel aan zijn onderarm en zijn borst gekregen. [8] Vervolgens is de aangever weggerend en is verdachte korte tijd schreeuwend achter hem aangerend. Dit is door een getuige vanaf haar balkon gezien en gehoord. [9] Het mes is niet gevonden.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straffen en maatregelen
7.Ten aanzien van de benadeelde partij [persoon]
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
40 maanden.
.