De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 februari 2024 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging van een man met een schizoaffectieve stoornis en antisociale persoonlijkheidsstoornis. De betrokkene is tot ongewenst vreemdeling verklaard en verblijft sinds 2020 in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC).
De betrokkene vertoont sinds zijn plaatsing op een reguliere afdeling stabieler gedrag en minder agressie, maar psychotische symptomen blijven aanwezig, vooral bij aflopende depotmedicatie. Het omzetten van depotmedicatie naar orale medicatie, wat repatriëring zou vergemakkelijken, verloopt moeizaam. De repatriëring naar zijn geboorteland is complex door beperkte psychiatrische zorg en een slecht functionerend sociaal netwerk.
De raadsman verzocht primair om beëindiging van de maatregel en repatriëring, subsidiair om aanhouding van de behandeling voor een second opinion over medicatie, en meer subsidiair om verlenging met één jaar. De rechtbank wees het primaire verzoek en de aanhouding af vanwege het hoge recidiverisico en beperkte helderheid.
De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met één jaar, met de opdracht om bij de volgende zitting concrete informatie over repatriëring en medicatie te verstrekken, en overweegt het betrekken van de transfercoördinator en psychiater. De beslissing is genomen door drie rechters en uitgesproken op de openbare zitting.