Uitspraak
- conclusie van antwoord, met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling;
3.Uitgangspunten
15.Gevolgen beëindiging samenwerking
31 maart 2017 verlengd en daarna tot en met 31 maart 2018, waarbij in het addendum van 30 maart 2016 is bepaald:
20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2034) en 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746).
“Bij de opstelling van onze overeenkomst heeft EYE er de nadruk gelegd dat het een ‘samenwerking’ overeenkomst is. Dat is ook de naam van de overeenkomst; ‘Samenwerkingsovereenkomst’. Er zijn een aantal bepalingen in onze samenwerkingsovereenkomst opgenomen die aangeven dat van een bijzondere overeenkomst sprake is die niet uitsluitend als een huurovereenkomst kan worden beschouwd. (…) Artikel 10.1 spreekt van een ‘vergoeding voor de exploitatie’ en niet van huur. Deze vergoeding hangt samen met het ‘activiteitenprogramma van EYE dat voor EBR omzet genereert.’ Daar is op dit moment geen sprake van. Zodra er duidelijkheid ontstaat over het tijdstip waarop we weer open mogen, willen we graag overleggen hoe en wanneer we weer met de ‘vergoeding voor exploitatie’ kunnen beginnen.’
– naast de € 1.4 miljoen aan investeringen die Eye onweersproken stelt te hebben gedaan – nog noemenswaardige investeringen in de horeca-exploitatie heeft gestoken.