ECLI:NL:RBAMS:2024:137
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep inzake inzage politiegegevens en verstrekking afschriften
Eiser heeft op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) inzage gevraagd in alle politiegegevens die van hem worden verwerkt, inclusief een gedragskundig rapport. De korpschef heeft dit verzoek toegewezen door een overzicht te verstrekken met 26 registraties en inzage in het rapport, maar weigerde afschriften te verstrekken.
Eiser betwistte dat de verstrekte registraties volledig zijn en voerde aan dat zijn inzagerecht is geschonden omdat zijn gemachtigde niet mocht meekomen bij het inzagemoment. De rechtbank oordeelt dat het Wpg-besluit zelf niet weigert dat de gemachtigde aanwezig is en dat de e-mail van de privacyfunctionaris hierover geen onderdeel is van het besluit.
De rechtbank stelt vast dat de korpschef adequaat heeft gezocht in diverse politiesystemen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er meer politiegegevens over hem zijn verwerkt. Ook is het verzoek om inzage in persoonlijke mailboxen en schijven van politiemedewerkers buitensporig.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen sprake is van schending van het inzagerecht of onvolledige verstrekking van politiegegevens. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de korpschef op het inzageverzoek wordt ongegrond verklaard.