ECLI:NL:RVS:2016:1320
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef inzake inzage politiegegevens op grond van Wpg
Appellant, voormalig verdachte in een strafrechtelijk onderzoek, verzocht de korpschef om inzage in politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef wees dit verzoek af omdat de gegevens onder de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) zouden vallen en daarmee buiten de Wpg zouden vallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) een besluit had genomen waarbij inzage werd verleend. Appellant stelde echter dat niet alle gegevens waren verstrekt en dat de politie nog steeds politiegegevens over hem verwerkte die niet aan het OM waren overgedragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en dat de korpschef onjuist had geoordeeld dat de Wpg niet van toepassing was. De Afdeling vernietigde het besluit van de korpschef en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moet worden genomen, waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Daarnaast werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef wordt vernietigd en er moet een nieuw besluit worden genomen met mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling.