Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 november 2023;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;
- de akte uitlaten productie van Dexia.
2.De verdere beoordeling
In conventie en reconventie
€ 135,00
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser de vernietiging van drie effectenleaseovereenkomsten met Dexia Nederland B.V. op grond van artikel 1:88/89 BW. Dexia betwist dit en voert verjaring aan. De rechtbank toetst het verjaringsverweer aan de hand van de feitelijke gezinssituatie en de mate van bekendheid van de wederpartij met de overeenkomsten.
Eiser en zijn ex-partner hebben schriftelijke verklaringen overgelegd waarin zij aangeven dat de wederpartij pas rond de scheiding in 2003 kennis kreeg van het risicovolle karakter van de overeenkomsten, terwijl Dexia stelt dat dit eerder was. De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor het verjaringsverweer bij Dexia ligt en dat eiser voldoende heeft onderbouwd dat de wederpartij niet vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten.
De rechtbank wijst het verjaringsverweer af en verklaart de overeenkomsten vernietigd. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen minus ontvangen dividenden en tot betaling van wettelijke rente vanaf 14 juli 2005. Tevens wordt Dexia veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het verwijderen van een eventuele negatieve BKR-registratie binnen veertien dagen, onder dwangsom. De vorderingen van Dexia worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de overeenkomsten vernietigd en veroordeelt Dexia tot terugbetaling, wettelijke rente en proceskosten.