Uitspraak
1.De procedures
- een door Markloes en [gedaagde] gezamenlijk ingediende incidentele conclusie tot voeging en onbevoegdverklaring, tevens conclusie van antwoord, met bijlagen 1, 2, 3, 5, 6 en 7,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedures vordert eiser betaling van openstaande koopsommen uit een vaststellingsovereenkomst met twee gedaagden, Markloes B.V. en een andere B.V. Beide zaken betreffen vrijwel identieke geschillen over nakoming van de overeenkomst.
Gedaagden verzochten de kantonrechter om de zaken te voegen en zich onbevoegd te verklaren vanwege overschrijding van de competentiegrens van € 25.000, met verwijzing naar de handelsrechter. Zij stelden dat ook een achtergestelde lening onderdeel is van het geschil, waardoor de gezamenlijke vordering hoger is dan de competentiegrens.
De kantonrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor voeging is voldaan vanwege verknochtheid tussen de zaken en dat de vorderingen afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Er is geen sprake van objectieve cumulatie, zodat de kantonrechter bevoegd blijft. De incidenten tot voeging worden toegewezen, de vordering tot verwijzing afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
De zaken worden samengevoegd maar blijven onder de kantonrechter en worden verwezen naar een roldatum voor beraad mondelinge behandeling op 12 april 2024. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de voeging toe, verklaart zich bevoegd en wijst de verwijzing naar de handelsrechter af.